De overdaad aan details in de uiteenzetting van Wilmès en haar assistenten over de exitstrategie van België was bepaald opvallend. Een goed voorbeeld was de beslissing om sommige scholen te heropenen. De opgelegde beperkingen en uitzonderingen lijken eindeloos.

Geen kleuterklassen, maximaal 10 leerlingen per klas, maximaal drie leerjaren per school, verminderde klasuren, mondmaskers, niet meer toiletbezoekers dan wasbekkens, voldoende zeep (alsof de scholen dat niet zelf beseffen), voldoende papieren doekjes in de toiletten, … Zelfs het aantal vierkante meter dat elke leerling (4m) en leraar (8m2) ter beschikking moet hebben, werd vastgelegd.

De Zweedse uitzondering

Je vraagt je af hoeveel waarde dergelijke reglementitis kan hebben als een land als Zweden gewoon de hele tijd zijn scholen (voor kinderen onder de 16) heeft opengehouden. Scholen zijn notoire griepverspreiders (ik vermoed dat ik al mijn verkoudheden en griepaandoeningen van de laatste jaren te danken heb aan mijn 6-jarig zoontje), maar Covid-19 heeft het niet op kinderen gemunt. Ze kunnen besmet worden, maar vertonen meestal weinig symptomen. Ze spelen ook, in tegenstelling tot wat president Macron beweerde in zijn eerste coronatoespraak voor de Franse natie, geen belangrijke rol in de verspreiding. In Frankrijk werden 170 personen getest die contact hadden gehad met een geïnfecteerd jongetje van 9 en geen van hen bleek zelf besmet.

Ook andere activiteiten, die in de meeste Europese landen aan banden worden gelegd, kunnen in Zweden gewoon doorgaan. Winkels, restaurants en cafés blijven open. De zonnige dagen lokten heel veel Zweden naar de terrasjes. De enige echte maatregelen zijn een vergrendeling van de rusthuizen en een verbod op bijeenkomsten van meer dan 50 personen. Voor het overige worden de burgers aangemoedigd om van thuis te werken en zelf in hun dagelijks leven zoveel mogelijk afstand te houden. Dat doen ze goed.

Het Zweedse beleid, een grote uitzondering binnen de groep der westerse landen, is er op gericht om de beperkingen op het maatschappelijke en economische leven zo minimaal mogelijk te houden, zonder ooit de zorgcapaciteit van de ziekenhuizen te overbelasten. Het bereiken van groepsimmuniteit werd nooit als dusdanig als het voornaamste streefdoel bestempeld, maar het was duidelijk dat de ontwerper van de Zweedse strategie, epidemioloog Anders Tegnell, daar wel wilde belanden.

Hoe vergelijken?

Zweden doet het goed in vergelijking met de meeste Europese landen. Het staat ook laag in de rangorde der oversterftecijfers. Maar het land telt wel heel wat meer doden dan zijn Scandinavische buren. Het is de vraag of je Zweden alleen mag beoordelen aan de hand van zijn positie in de Scandinavische groep. Denemarken behoort tot de groep van landen die zeer vroeg strenge maatregelen namen, zoals Taiwan en Nieuw-Zeeland, waaronder een vroeg bewaking van de grenzen. Die lieten toe het virus in te sluiten. De rest van Europa nam deze maatregelen te laat: afbuigen van de curve was het beste dat nog kon verhoopt worden.

Ook Noorwegen en Finland waren nog in staat om het virus in een vroeg stadium in te perken. De vraag is wat deze landen zullen doen wanneer Covid-19 weer opduikt, na het wegvallen van de maatregelen. De Noorse epidemioloog Eiliv Lund betreurt alvast dat Noorwegen niet voor de Zweedse aanpak heeft gekozen.

Er wordt soms verwezen naar de lage bevolkingsdichtheid van Zweden als factor die het land kan behoed hebben voor een overweldiging door het virus. Die uitleg gaat voorbij aan de levenswijze van de moderne, westerse mens. Wij leven niet meer in de Middeleeuwen. Een afstand van honderden kilometers heeft niet verhinderd dat België een epicentrum van het virus werd door toeristen die terugkeerden uit Italië.

Verstedelijking speelt wel een rol. De Zweden wonen echter niet in afgelegen nederzettingen. Meer dan 87% van hen leven in geürbaniseerde regio’s, zoals wij. Dat het land vooral uit bergen en bossen bestaat, zegt weinig over de dagelijkse interactie tussen mensen op het werk, op café, bij feestjes.

Het virus sloeg het eerst toe in Stockholm, een grootstad met bijna een miljoen inwoners en een bevolkingsdichtheid die bijna het dubbele van Antwerpen bedraagt. Maar het is ook de eerste Zweedse regio waar de curve ging afvlakken.

België – Zweden

Die factoren laten toe om Zweden te vergelijken met West-Europese landen, inclusief België. In verhouding tot de bevolking bedraagt het aantal dodelijk slachtoffers in Zweden één derde van dat van België. Zweden telt wel degelijk de rusthuizen mee, die trouwens net als in België de achilleshiel bleken: de helft van de Zweedse doden komt uit woon-zorgcentra.

De Zweedse cijfers worden bovendien aangedikt door het buitensporige effect van de ziekte op Somalische immigranten. 16% van de Covid-doden in Zweden (40% zelfs in Stockholm) zijn van Somalische origine. Culturele en religieuze factoren spelen een rol in de hoge dodentol in deze gemeenschap.

De catastrofe blijft uit

De architect van de Zweedse uitzondering is Anders Tegnell, een wetenschapper met een rustig, beredeneerd imago. Hij geniet niet alleen het vertrouwen van de politiek, maar ook van het grootste gedeelte van de Zweedse medische wereld. Er komt kritiek uit academische kringen, maar de meeste epidemiologen, zoals Johan Giesecki en Anders Wallenstein, steunen zijn beleid. Ook het volk lijkt helemaal achter de aparte Zweedse aanpak te staan. Het behoudt groot vertrouwen in de leidende experten.

Al sinds het begin van de coronacrisis waarschuwen velen, vooral vanuit het buitenland, dat Zweden een grote catastrofe tegemoet gaat en “Russische roulette” speelt met zijn inwoners. Meer dan een maand later is daar weinig van te merken. Het kan niet dat de afwezigheid van strikte vergrendelingsmaatregelen geen enkel verschil gemaakt heeft. Het is zelfs waarschijnlijk dat dit één van de redenen is voor een hoger dodental dan bijvoorbeeld Denemarken. Maar de voorspelde catastrofe, die bleef wel uit.

Volgens de epidemiologische modellen zou een ongehinderde verspreiding van Covid-19 het aantal besmettingen elke 6 dagen verdubbelen. Dat zou ook, met een zekere vertraging, het aantal dodelijke slachtoffers navenant doen stijgen. In werkelijkheid is de curve van de sterfgevallen vrijwel stabiel sinds het begin van april en begint die de laatste dagen zelfs te dalen (eerste tabel doorklikken naar “Avlidna per dag”).

Groepsimmuniteit

Ondertussen lonkt de groepsimmuniteit voor Zweden. 26% van Stockholm zou nu al immuun zijn. Sommigen vermoeden dat het al een stuk meer is. Om volwaardige groepsimmuniteit te benaderen, moet je tussen de 40% en 90% bereiken (er is nog geen wetenschappelijk overeenstemming), maar 60% lijkt een redelijke schatting. Elk lager niveau draagt uiteraard al bij aan de vertraging van de verspreiding.

In België wordt de immuniteit op 4,3% van de bevolking geraamd. Die schatting is echter het resultaat van testen die als instrument om immuniteit te meten redelijk onbetrouwbaar zijn. De aanwezigheid van antilichamen is trouwens niet de enige vorm van immuniteit of weerstand.

België telt nu al ongeveer 7.000 doden. De globale dodelijkheidsratio (infection fatality rate) is nog niet gekend, maar zou op 0,39% kunnen liggen. Dat zou betekenen dat al ongeveer 1,8 miljoen Belgen moeten besmet geweest zijn, ongeveer 15% dus. Lichte besmettingen leiden niet noodzakelijk tot immuniteit, maar minstens tot een zekere weerstand.

Paniekstatistiek

Het kan natuurlijk nog steeds fout lopen met het Zweedse model. Het land speelt ook met het idee om cafés te sluiten. Maar nu lijkt toch al meer dan duidelijk dat het effect van een algemene, opgelegde lockdown overschat wordt. Wanneer men trouwens de vergrendelingsmaatregelen in verschillende landen vergelijkt, is er niet gemakkelijk een correlatie te vinden tussen strikte vergrendelingsregimes en succes bij het tegenhouden van het virus. Dat bleek ook al bij vergelijkingen van economist Lyman Stone en politicoloog Wilfred Reilly tussen de maatregelen en hun resultaten in de verschillende Amerikaanse staten.

De paniekstatistieken, die een situatie zonder lockdown trachten te modelleren, mogen gerust met een zware korrel zout genomen worden. Het meest verontrustende model, van professor Neil Ferguson van het Imperial College, was de basis van paniek in het VK en daarbuiten. Ferguson heeft een voorgeschiedenis van nodeloos alarmisme, zoals bij zijn sterk overschatte voorspellingen over het effect van de vogelgriep, de Mexicaanse griep en een epidemie van mond- en klauwzeer. Zijn studie was gebaseerd op hoogste onzekere parameters (met onder meer een te hoge dodelijkheidsratio en een zeer speculatieve inschatting van het effect van een lockdown), onderging geen intercollegiaal onderzoek en gebruikte een ongekend griepmodel van 13 jaar oud. Ook epidemioloog Ioannidis wees reeds op de weinig wetenschappelijke basis van de voorspellende modellen.

Enkel de landen die zeer vroeg strenge maatregelen namen (waarbij nogal vaak het bewaken of sluiten van de grenzen wordt vergeten), waren in staat het virus echt klein te houden.

Een algemene lockdown is een tapijtbombardement. Ze heeft ongetwijfeld hier en daar resultaat, maar de kost is hoog in vergelijking met het voordeel. Daartegenover staan maatregelen die in dat opzicht precies het tegenoverstelde zijn: kleine kost, hoog resultaat. Een van die maatregelen met zeer hoge efficiëntie is wel door Zweden genomen: het verbod op bijeenkomsten met meer dan 50 personen.

Superverspreiders en burgerzin

Grote evenementen (Superspread events) als après-skifeesten in de Alpen, Mardi Gras in New Orleans of late carnavalsvieringen in Limburg, hadden een explosief effect op de verspreiding. Dat is eigenlijk geen nieuwe kennis. Ook bij de SARS-epidemie was al gebleken dat 70% van de besmettingen het gevolg waren van grote samenscholingen. Superspreaders blijken in de praktijk alle gelegenheden waar groepen van mensen, meestal in onvoldoende geventileerde ruimtes, lachen, roepen, zingen of bidden.

Een andere factor die waarschijnlijk fel wordt onderschat is de spontane voorzichtigheid van burgers, eens die zich bewust werden van de risico’s. Er zijn heel veel contacten die nu vermeden worden zonder dat de overheid daar een sanctie aan hecht of waar het risico op een sanctie het verschil niet maakt. In eigen omgeving maakte ik mee dat een vrouw die lichte koorts ontwikkelde (zonder enig ander symptoom van covid-19) spontaan leidde tot het verbreken van minstens drie schakels in een ketting van regelmatige contacten. De contacten werden pas hernomen na een negatieve test.

Je hoeft niet noodzakelijk op de burgerzin, de liefde voor het algemeen belang, van de mensen te rekenen. De vrees voor negatieve gevolgen voor zichzelf en hun geliefden is een niet te onderschatten factor in gedrag dat ook het algemeen belang ten goede komt.