Het Verenigd Koninkrijk heeft in alle stilte Europese steun gekregen. De financiële steun is bedoeld om de kosten te dekken die de vele repatriëringsvluchten met zich meebrengen. Het Verenigd Koninkrijk heeft Britten moeten terugbrengen uit verschillende landen zoals Japan, de Verenigde Staten en Peru door de coronacrisis. De Britse regering gebruikt hiervoor een Europees programma.

De Europese Unie heeft sinds 2001 een civiel beschermingsprogramma door de Europese Commissie. Dat programma zorgt voor steun na natuurrampen. Het betaalt 75% van de kosten voor repatriëringsvluchten naar Europa. Er is wel één voorwaarde, de vluchten moeten passagiers terugvliegen uit verschillende Europese landen.

Transitieperiode

Alhoewel het Verenigd Koninkrijk de EU heeft verlaten afgelopen januari, is het land nog steeds lid van dit programma. Het land zit namelijk nog in een “transitieperiode”. De zes vluchten die de Britse overheid heeft georganiseerd, worden dan ook grotendeels door de EU gefinancierd.

(Lees verder onder de tweet)

Meer dan 1000 Britten opnieuw thuis

Volgens data van de Europese Commissie zouden met die 6 vluchten meer dan 1000 Britten opnieuw thuisgeraakt zijn. Daarnaast hebben de Britten ook 122 andere EU-burgers van 16 verschillende landen teruggevlogen. Ongeveer 200 Britten konden terugkeren met vluchten van andere Europese landen.

Janez Lenarcic is de Europese Commissaris voor Humanitaire Hulp en Crisisbeheer. Aan de Financial Times zei hij het volgende: “We hebben ongeveer 200 Britse staatsburgers teruggebracht tot nu toe. We hebben dit gedaan om samen te kunnen werken om mensen thuis te krijgen en te herenigen met hun gezin.”

Verenigd Koninkrijk niet het enige land dat hulp krijgt

Niet alle Europese programma’s staan open voor landen die geen EU-lidstaten zijn, maar dit programma dus wel. Servië, IJsland en Turkije zitten bijvoorbeeld ook in dit programma. Zo zouden er 6 landen meedoen van buiten de EU zitten.