De belangrijkste wetenschapper van de Europese Unie is opgestapt uit onvrede met de aanpak van de coronapandemie. Dat schrijft de Financial Times. Professor Mauro Ferrari verwijt de EU een gebrek aan gecoördineerde actie van de gezondheidscrisis.

De Italiaans-Amerikaanse professor Mauro Ferrari begon op 1 januari als voorzitter van de Europese Onderzoeksraad (ERC), zowat de belangrijkste wetenschappelijke instelling van de Europese Unie. De ERC werd in 2007 opgericht om de beste wetenschappers van de Europese Unie te financieren en beschikt een jaarlijks budget van zo’n 2 miljard euro.

Ferrari is een pioneer op het gebied van nanogeneeskunde. Gedurende een groot deel van zijn carrière in de Verenigde Staten deed hij onderzoek naar kanker. Dinsdag bood hij zijn ontslag aan bij Ursula von der Leyen (EVP), de voorzitter van de Europese Commissie. Ferrari beklaagt een “volledig ontbreken van coördinatie van het gezondheidszorgbeleid van de lidstaten, het steeds terugkerende verzet tegen samenhangende initiatieven voor financiële steun en de alomtegenwoordige eenzijdige grenssluitingen” in de EU.

(Lees verder onder de tweet.)

“Zeer teleurgesteld over Europese reactie op coronapandemie”

“Ik ben zeer teleurgesteld over de Europese reactie op Covid-19. Ik ben bij de ERC aangekomen als een fervent voorstander van de EU. Maar de Covid-19-crisis heeft mijn opvattingen volledig veranderd, hoewel ik de idealen van internationale samenwerking met enthousiasme blijf steunen”, zegt Ferrari tegen de Financial Times.

Volgens Ferrari begon de breuk met de Europese Commissie begin maart “toen duidelijk werd dat de pandemie een tragedie van mogelijk ongekende proporties zou zijn”. Hij wilde naar eigen zeggen een speciaal ERC-programma oprichten om het coronavirus te bestrijden.

“Ik dacht dat in een tijd als deze de allerbeste wetenschappers ter wereld de middelen en mogelijkheden zouden moeten krijgen om de pandemie te bestrijden, met nieuwe geneesmiddelen, nieuwe vaccins, nieuwe diagnostische instrumenten, nieuwe gedragsdynamische benaderingen op basis van de wetenschap, ter vervanging van de vaak geïmproviseerde intuïties van de politieke leiders”, aldus Ferrari.

Ferrari werd constant tegengewerkt

Volgens Ferrari werd het idee echter unaniem verworpen door de Wetenschappelijke Raad van de ERC. Hij zou enkel ‘bottom-up’ onderzoek, dat door wetenschappers wordt voorgesteld, mogen financieren in plaats van grotere ‘top-down’-programma’s die vanuit de politiek worden opgelegd.

“Ik stelde dat dit niet het moment is voor wetenschappelijk bestuur om zich te veel zorgen te maken over de subtiliteiten van het onderscheid tussen bottom-up- en top-down onderzoek”, klinkt het. De wetenschapper zou een tweede kans hebben gekregen toen von der Leyen hem naar zijn mening vroeg over de aanpak van de coronacrisis.

In samenwerking met von der Leyen ontwikkelde hij daarop een plan. “Alleen al het feit dat ik rechtstreeks met haar heb samengewerkt, heeft geleid tot een interne politieke storm. Het voorstel werd doorgegeven aan verschillende lagen van het bestuur van de Europese Commissie, waar het naar mijn mening uiteenviel”, zegt Ferrari.