Het ziet er niet naar uit dat mensen die zijn blijven werken tijdens de coronacrisis, zoals de zorg en supermarkten, een eenmalige coronapremie zullen krijgen. Daar was nochtans lang sprake van, maar de concrete uitwerking botst op juridische hindernissen.

Verschillende invullingen van zo’n ‘coronabonus’ kwamen de laatste weken de kop opsteken. Zo zou er binnen de regering een akkoord geweest zijn over een eenmalige premie van 1.450 euro voor dokters, apothekers, verplegers en andere zorgverstrekkers. Sp.a-voorzitter Conner Rousseau en minister Alexander De Croo (Open Vld) stelden beide voor om de premie ook voor de transport- en voedingssector in te voeren.

Andere prioriteiten

“Deze crisis heeft duidelijk gemaakt wie het land doet draaien. Dit is een moment om de koek eerlijker te verdelen”, zei Rousseau toen nog. Vandaag lijkt er echter nog weinig over te blijven van de ‘coronabonus’. Werkgevers en vakbonden erkennen dat de bonus wellicht niet de beste maatregel is op dit moment. “Er zijn andere prioriteiten om het personeel en de bedrijven overeind te houden”, citeert Het Laatste Nieuws hen.

Er zou politiek wel eensgezindheid zijn over de premie, maar de uitwerking ervan botst op juridische hindernissen. De premie zal sowieso ergens een onderscheid moeten maken. Waar je die grens precies moet trekken, is juridisch moeilijk. Al zeker wil de maatregel overeind blijven. De kans is dan ook klein dat de coronabonus er nog komt. Wellicht versoepelt de Nationale Veiligheidsraad vrijdag de coronaregels en kunnen duizenden mensen opnieuw aan het werk.

Lees ook:

‘Coronabonus’ voor de zorg? “Crisis maakt duidelijk wie land doet draaien”