Vandaag ging de zogeheten ‘martelrechtszaak’ van start in Duitsland. De aangeklaagden zijn kolonel Anwar Raslan en zijn ondergeschikte Eyad al-Gharib uit het Syrische leger. Zij zouden betrokken zijn bij het martelen van gevangenen en de dood die daarop volgde. De twee Syriërs worden beschuldigd van ‘misdaden tegen de menselijkheid’. Één van de militairen heeft al toegegeven betrokken te zijn. De advocaat van de Syriër zet echter vraagtekens bij de aannemelijkheid van de verklaring.

Op het eerste gezicht is het apart dat twee Syrische militairen voor de rechter komen in Duitsland. Duitsland is dan wel openlijk tegen de Syrische regering, maar het lijkt eerder een zaak voor het Internationaal Strafhof. De reden dat de verdachten voor de Duitse rechter kunnen komen is vanwege het principe van ‘universele jurisdictie’. Dit houdt in dat Duitsland een strafzaak kan beginnen, ongeacht of Duitsland er iets mee te maken heeft of niet. Daarnaast is Syrië ook geen verdragsstaat van het Internationaal Strafhof.

(Lees verder onder de tweet)

Rechtszaak van start

Vandaag ging de rechtszaak van start. Volgens de Duitse traditie werd de aanklacht voorgelezen – zo’n honderd pagina’s. In de aanklacht stond tot in detail wat er gebeurde met ‘anti-overheidsactivisten’ in Syrië. Zo zouden de mensen naar de zogeheten ‘Afdeling 251’ gaan waar zij op verschillende manieren werden gemarteld. Ook zou de toegang tot voedsel en medicijnen zijn geweigerd. In de periode dat de twee Syriërs actief waren, zouden er daardoor zeker 58 mensen zijn gestorven.

De twee Syriërs hebben niet precies dezelfde aanklacht aan hun broek hangen. Rondom Kolonel Raslan hangen zwaardere verdenkingen. Het gehele strafproces staat echter symbool voor de Syrische overheid als geheel, en daar draait het het meest om. Volgens advocaat Wolfgang Kaleck “verstrekt het proces een compleet beeld van de misdaden die de Syrische Overheid heeft uitgevoerd.”

Militairen kwamen als vluchteling

De Syriërs zijn niet met een vliegtuig overgevlogen vanuit Syrië maar leefden als vluchteling in Duitsland. De Duitse autoriteiten waren zich er dan ook niet bewust van wat voor een soort ‘vluchtelingen’ ze hadden binnengehaald. Door andere Syrische vluchtelingen – tegenstanders van het regime – kwam er ‘bewijs’ naar voren. Zodoende kon er een strafzaak tegen de twee beginnen.

Dat het überhaupt tot een strafzaak is gekomen, is deels te verklaren door twee redenen. In de eerste plaats leeft de Syrische Oorlog door in de Duitse samenleving. Doordat er zoveel Syriërs in Duitsland wonen (745000), is er daarmee ook een grotere maatschappelijke druk. Daarnaast speelt het Duitse verleden een grote rol. Een aanklager van het grondwettelijke hof zegt hierover het volgende: “Onze historische verantwoordelijkheid betekent dat we dit soort zaken moeten nastreven, zover het mogelijk is voor ons om dit te doen.”