Ons land heeft opnieuw 297 uitgeprocedeerde asielzoekers, illegalen, vrijgelaten uit gesloten asielcentra vanwege de coronacrisis. Dat maakte bevoegd minister Maggie De Block (Open Vld) woensdagmiddag in de Kamer bekend nadat daar verschillende vragen over werden gesteld. Enkele weken geleden werden al eens 200 illegalen vrijgelaten. 

Vanwege de grote instroom van asielzoekers in ons land, zitten Belgische asielcentra met een gemiddelde bezettingsgraad bijna allemaal vol. “Dat is in gewone tijden al zeer druk, maar de huidige situatie maakt dat natuurlijk voor bewoners en personeel nog minder evident”, aldus minister voor Asiel en Migratie Maggie De Block (Open Vld). 

Opnieuw illegalen vrijgelaten

Om te voldoen aan te maatregelen van social distancing, werd besloten om 297 uitgeprocedeerde asielzoekers, illegalen dus, vrij te laten. Amper twee weken geleden werden ook al eens 200 illegalen vrijgelaten vanwege de coronacrisis. Toen werden ze naar verluidt vrijgelaten omdat de repatriëring naar hun land van herkomst niet meer kon doorgaan omdat hun vluchten werden afgelast.

De Block benadrukte ook dat er geen probleem is met het naleven van de coronamaatregelen in asielcentra, in tegenstelling tot wat enkele burgemeesters zeiden. “Het risico op besmetting is bij asielzoekers niet hoger dan bij de rest van de bevolking. Ik erger mij een beetje aan de mensen die ervan uitgaan dat zij allemaal verspreiders van het virus zouden zijn. Stigmatisering helpt niemand vooruit, zeker niet in deze uitzonderlijke tijden.”

Ons land zal verder op zoek gaan naar plaatsen waar asielcentra geopend kunnen worden en kijkt daarvoor opnieuw naar vakantieparken. Dat was al aan de gang om tegemoet te komen aan de grote instroom van asielzoekers, maar is nu nog meer nodig. “De coronamaatregelen maken dat we asielzoekers moeten spreiden. Wij zijn dus geholpen als we meer plaats vinden en voor de uitbaters van de accommodaties is het ook een winsituatie, omdat ze in deze vakantieperiode niet meer de klassieke toeristen over de vloer krijgen.”