Karl Vanlouwe, voorzitter van de N-VA-fractie in de Senaat en gemeenteraadslid van Ganshoren voelde op zaterdag 21 maart plots dat iets ernstig mis met hem was. Het werd het begin van een rit door de coronahel waarvan hij nu pas hersteld is. Wij vroegen hem zijn ervaringen op paper te zetten.

Redactie Opinie


“Het zal mij niet overkomen”

Dat is wat bij mij opkwam na een aanslepende prikkelhoest en ondanks de onheilsberichten in de media. Tot ik op zaterdag 21 maart kortademig werd, met moeite nog een zin kon uitspreken en zowel de hoestbuien als koortsaanvallen mij aan bed kluisterden. De huisarts adviseerde – na mij telefonisch gehoord te hebben – tot opname in de spoed van het Universitair Ziekenhuis Brussel.

Op zondag 22 maart ging ik – met enige tegenzin – richting spoed. Na een bloedonderzoek en enkele uren aan de zuurstoftoevoer beslisten de dokters dat ik terug huiswaarts kon. De zuurstofkuur had mij duidelijk beter gemaakt. Tot ik de volgende dag opnieuw kortademig was, terug koortsaanvallen kreeg en amper een zin kon uitspreken zonder uitgeput te zijn.

Opnieuw naar de spoed: na een nieuw bloedonderzoek, het controleren van de parameters (bloeddruk, zuurstof in het bloed, koorts) en een longscan was het verdict duidelijk: zware longontsteking door COVID-19. Het corona-virus had mij stevig te pakken.

Ben ik de volgende?

Een afzondering op de corona-afdeling was nodig in een quarantainekamer met een andere COVID-19 patiënt. De zorg was voortreffelijk: zowel dokters als verpleegkundigen kwamen mij geregeld onderzoeken en de parameters opmeten: bloeddruk, koorts en zuurstofniveau in het bloed. Voor niet ingewijden: zuurstofsaturatie tussen 95 en 100 is normaal. Een roker zal lager liggen. Maar met extra zuurstoftoevoer en toch maar 90-92 halen wijst op een zuurstoftekort. Afhankelijk van deze waarden werd de zuurstoftoevoer bijgesteld.

Enkele kamergenoten bleken ondanks de extra zuurstof, toch onder de 90 en werden naar de intensieve zorgen gebracht voor beademing. Beangstigend: waarom zij wel en ik (voorlopig) niet. En ben ik de volgende?

De wanhoop nabij

Elke dag vroeg ik hoe het met hen was maar de zorgverleners wilden of mochten mij hierover geen informatie geven. Ook bij hen zag ik moed en doorzetting maar ook vertwijfeling. Wanneer paracetamol de koorts niet omlaag kreeg en ijs nodig was, leek de wanhoop nabij. Uiteindelijk na 5 dagen extra zuurstof en heel wat Dafalgan bleef de koorts weg en de zuurstofsaturatie stabiel. Zowel artsen als verpleegkundigen leken positief: het ging de goeie kant op.

Van mijn kamergenoten vernam ik jammer genoeg niets. “Courage” was het laatste wat ik hen vertelde. Eén sterfgeval op de afdeling kwam me toch ter ore.

Zondag 29 maart kwam de arts-infectioloog voor mij het goede nieuws vertellen: de parameters waren positief en zuurstofsaturatie bleef stabiel. Dezelfde dag mocht ik het UZ verlaten. Een gelukzalig moment en het begin van aftellen tot het vertrek uit het ziekenhuis.

Dankbaar

Thuis kwam er ook een goeie opvolging van huisarts. En van mijn echtgenote die ook in quarantaine verbleef en hierbij haar verjaardag noodgedwongen alleen moest vieren. Nog een week bleven lichte hoestbuien maar de kortademigheid en de koorts waren volledig verdwenen.

Ik ben dankbaar voor de schitterende zorg en opvolging in het UZ Brussel maar ook dankbaar dat ik als Brusselaar de zorgverlening in het Nederlands kreeg. Ik mag mij niet inbeelden in een ziekenhuis te belanden en totaal verzwakt zijnde de nodige zorg en bijstand niet in mijn taal te krijgen; wat in andere Brusselse ziekenhuizen misschien wel zou kunnen voorkomen. In het UZ Brussel werden mijn anderstalige mede-patiënten trouwens netjes in het Frans bijgestaan. Het kan allemaal.

Ondanks alles blijft onze gezondheid bijzonder broos. Wie de beelden uit Bergamo, Madrid of New York gezien heeft, zal begrijpen dat ook een gezondheidssysteem zijn limieten heeft en hierdoor even broos kan zijn als onze gezondheid zelf.

Laten wij goed voor elkaar zorgen, ook en vooral voor onze senioren. En laten we dankbaar zijn, zeker voor onze zorg- en hulpverleners.

Karl Vanlouwe