Staat er een Chinese Muur tussen het Vlaams Belang en de N-VA? “De kiezer ziét hem niet, de kiezer voelt die niet”, stelt VB-voorzitter Tom Van Grieken in een interview met Het Laatste Nieuws. Zowel de partijtop van N-VA als de basis van Open Vld en CD&V zijn het cordon volgens hem spuugzat.

Van Grieken en zijn partij voelen zich gesterkt door de huidige politieke impasse. Al sinds december 2018 heeft België geen volwaardige federale regering, maar ook op Vlaams niveau botert het niet al te best tussen de Zweedse partijen. “Iedereen ziet dat het op is”, besluit de VB-voorzitter. “Kijk naar hoe de Vlaamse regering alleen maar het nieuws haalt door hun onderlinge ruzies.”

“Je mag om het even welke formule nastreven, je mag de gekste kleuren combineren en daar de gekste naam aan geven – waar het om gaat, altijd opnieuw, is dat de twee landsdelen compleet anders denken, werken, leven en geld uitgeven, met dat verschil dat één landsdeel zijn rekeningen niet kan en wil betalen”, klinkt het nog.

Voorbereidingen 2024

Daarom is Van Grieken naar eigen zeggen nu al bezig met de voorbereidingen van de verkiezingen in 2024. Hij hoopt dan het cordon sanitaire te doorbreken en de grootste partij te worden. Om mee te kunnen besturen rekent hij op de medewerking van die andere V-partij, de N-VA.

(Lees verder onder de tweet.)

Gevraagd of de zogenaamde Chinese Muur tussen de twee partijen afbrokkelt, antwoordt de VB-voorzitter dat hij al vol gaten zit. “De kiezer ziét hem niet, die muur. De kiezer voélt die niet”, luidt het. “Net zo min als de partijtop van de N-VA. En net zo min als de basis van Open Vld en CD&V. Neem het van mij aan: die zijn dat cordon spuugzat.”

Om tegen 2024 mee te kunnen besturen, steunen Van Grieken en co op tips van hun zusterpartijen in Europa. Ook mensen uit de hoge ambtenarij en de privé hebben hun steun volgens de VB-voorzitter al geuit. “Vaak mensen die jaren op hun lip hebben gebeten over hun politieke voorkeur”, stelt hij. “Ze komen ons nu spontaan zeggen: Als het eindelijk aan jullie is, dan doen we mee.”