Simune, de vrouw van een ontvoerd Chaldeeuws-katholiek koppel uit het christelijke dorp Kovankaya in Turkije, werd dood teruggevonden aan een kanaal. De vrouw was bedekt onder  sneeuw en ijs. De man is nog spoorloos.

Het was lange tijd stil rond de ontvoering van het Chaldeeuws-katholieke echtpaar Hurmuz Diril en zijn vrouw, Simuni, uit het christelijke dorp Kovankaya in Zuid-Oost Turkije. Vandaag is het lichaam gevonden van een vrouw in een kanaal nabij hun woonplaats Kovankaya. Uit onderzoek is gebleken dat het gaat om de vermiste Simuni. Haar lichaam was bedekt onder sneeuw en ijs.

De Turkse regering heeft aangekondigd dat ze een autopsie zullen uitvoeren om de doodsoorzaak vast te stellen. Van haar echtgenoot ontbreekt nog elk spoor.

Verdwijning

Hun zoon, een Chaldeeuws-katholieke  priester uit Istanboel, maakt zich grote zorgen. Hij zorgt voor meer dan 7.000 vluchtelingen. Het laatste contact met zijn ouders dateert van 7 januari. Buren hebben de verdwijning niet gemeld uit angst voor vergelding.

“We hoorden pas van de verdwijning van mijn ouders toen mijn familieleden en ik op 12 januari in het dorp arriveerden. Sindsdien is er geen nieuws meer. De laatste keer dat mijn broer met hen sprak, was op 7 januari.”

Gewapende mannen

De verdwijning van de twee christelijke bejaarden was gehuld in mysterie, want er was lang geen nieuws meer, zoals de Turkse krant Cumhuriyet bevestigt door één van hun zonen, de priester Fr. Adday Remzi Diril van de Chaldeeuwse Kerk in Istanboel, te citeren.

“Een buurman in het dorp – voegt hij eraan toe – vertelde ons eerst niet dat mijn ouders waren ontvoerd, uit angst voor vergelding, maar bevestigde later dat ‘ze waren meegenomen door gewapende mannen’.”

Sinds 11 januari was er geen nieuwe informatie meer over het lot van de 71-jarige Hurmuz Diril en zijn vrouw Simoni (65 jaar). Hun kinderen zijn vergezeld door een aantal speciale teams in hun zoektocht naar hun ouders, terwijl de koude winter en temperaturen onder het vriespunt niet tot optimisme leiden. Lokale autoriteiten hadden een onderzoek geopend, maar de zoekoperaties waren niet eenvoudig.

Christenvervolging

De Oosterse christenen worden al jarenlang uit hun thuisland Turkije verjaagd. Ze raken bovendien vaak ongewild verwikkeld in politieke conflicten tussen de Turkse regering en de Koerdische PKK.

“Ons dorp,” herinnert Fr. Diril zich, “werd in 1989 voor het eerst geëvacueerd, tijdens de oorlog tussen de PKK en het Turkse leger. Er waren toen 80 huizen. In 1992 keerden vier families terug, maar in 1994 werd het gebied weer ontruimd. De meeste inwoners vluchtten naar Europa. Sinds 2010 hebben we de bezoeken aan het dorp hervat en zijn ouders waren de eersten die het wilden herbouwen, ondanks hevig verzet en bedreigingen.”

“Op dit moment,” zo besluit de priester, “kan iedereen een verdachte zijn. We hebben geen specifieke informatie.”