Dr. Philippe Ballaux, voorzitter van het Europees Comité voor Bio-ethiek, noemt het wetsvoorstel tot wijziging van de euthanasiewet “een ongrondwettelijke wet”. Het wetsvoorstel dat donderdag 5 maart in de Kamer ter stemming ligt, en inmiddels op diverse punten geamendeerd werd, zou volgens Ballaux in strijd zijn met de Grondwet en met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens omdat het de gewetensvrijheid van artsen die weigeren euthanasie uit te oefenen schendt.

Het wetsvoorstel kende een tumultueuze geschiedenis. Het advies van de Raad van State kwam er op uitdrukkelijke vraag van CD&V, N-VA en Vlaams Belang. Deze drie partijen waren bij de bespreking van dit wetsvoorstel in de commissie nog boos weggestapt uit protest tegen de manier waarop volgens hen de PVDA-commissievoorzitter de bespreking en stemming organiseerde. Het wetsvoorstel kreeg op vraag van N-VA ook nog een tweede lezing.

Gewetensvrijheid

Volgens het Europees Comité voor Bio-ethiek bevat het advies van de Raad van State aan de wetgever een waarschuwing “in niet mis te verstane woorden”: “Indien de voorgestelde regeling erop neer zou komen dat de arts, die weigert om euthanasie uit te voeren, verplicht wordt om door te verwijzen naar een arts die eventueel bereid is om euthanasie toe te passen, wordt afbreuk gedaan aan de gewetensvrijheid van de betrokken arts, doordat hij wordt verplicht om de uitvoering van euthanasie te faciliteren.“

In het wetsvoorstel is via een amendement overigens nog een ander probleem ontstaan. Er staat namelijk dat zorginstellingen geen clausule meer mogen voorleggen aan hun artsen waarin die belet worden euthanasie uit te voeren en dat een arts die uit gewetensbezwaar geen euthanasie wil uitvoeren, dat binnen de zeven dagen moet melden aan de patiënt met bijhorende motivatie.

(Lees verder onder de tweet)

Vrijheid van de zorginstelling

Deze maatregel schendt dus de vrijheid van werknemers en inwoners van zorginstellingen, zowel hun vrijheid van vereniging als hun gewetensvrijheid als zorgverleners,” besluit Ballaux, die er nog aan toevoegt: “Rekening houdend met de rechtspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens en het advies van de Raad van State zou deze wet, in zijn huidige vorm, hoogstwaarschijnlijk door het Grondwettelijk Hof worden vernietigd wegens schending van de gewetensvrijheid en de vrijheid van vereniging van de zorgverleners.

Het lijkt er dus sterk op dat de wet bedoeld is om artsen die bereid zijn euthanasie toe te passen wettelijk de mogelijkheid te bieden om dit te mogen doen, onafgezien van de verblijfplaats van de patiënt. Instellingen die hier om ethische of religieuze redenen bezwaar zouden tegen hebben, dreigen aan banden te worden gelegd.

Zorginstellingen beroepen zich immers in hoofdzaak op de vrijheid van godsdienst om via deontologische codes of ongeschreven afspraken te zorgen dat er geen euthanasie plaatsvindt binnen hun muren.

Fernand Keuleneer:

“Geen enkele clausule zal een arts mogen beletten euthanasie toe te passen”

In het advies erkent de Raad van State dit spanningsveld, maar tegelijk noemt men het niet “disproportioneel”, zolang de instelling haar vrijheid behoudt om een eigen beleid uit te werken inzake euthanasie en om haar patiënten daarover te informeren. Toch maakt de Raad van State wel degelijk voorbehoud tegen wetgeving die zorginstellingen zou verplichten om actief gevolg te geven aan euthanasievragen.

Grondwettelijk Hof?

In een eerste reactie aan SCEPTR bevestigde advocaat Fernand Keuleneer dat de vermelding in het amendement dat “géén enkele al dan niet schriftelijke clausule een arts mag beletten om euthanasie toe te passen” cruciaal is. “Met betrekking tot de vrijheid van de instelling is de bepaling, die een instelling verbiedt om in een geschreven overeenkomst of op een andere wijze artsen te verbieden euthanasie uit te voeren binnen de instelling, véél belangrijker,” besluit hij.

De instellingen kunnen dus nog steeds een eigen beleid voeren, maar worden in hun vrijheid beperkt. In géén geval kunnen ze artsen nog verbieden om te euthanaseren. Of een procedure bij het Grondwettelijk Hof kans op slagen heeft, blijft volgens Keuleneer “verre van zeker.”

Ongerustheid en rechtsonzekerheid

Eén en ander zorgt in elk geval voor ongerustheid in de sector en dreigt ook voor rechtsonzekerheid te zorgen. Om die redenen namen een aantal medewerkers uit een zorginstelling, die verkiezen anoniem te blijven, het initiatief om een filmpje te maken en te sturen naar parlementsleden en pers. Ze vragen daarin aandacht voor de bekommernissen van zowel de bewoners als de werknemers van de instelling. Bovendien vragen ze alsnog de toevoeging van een amendement dat de keuzevrijheid van de zorginstellingen garandeert.

Een ander wetsvoorstel, dat momenteel nog niet in commissie werd behandeld, maar dat in juli 2019 werd ingediend door 7 Kamerleden van de PS, laat in elk geval vermoeden dat de aanval is ingezet tegen de keuzevrijheid van de instellingen en dat deze zich wellicht terecht zorgen maken.

PS-voorstel is helder

In dit voorstel tot wijziging van de euthanasiewet en wijziging van de wet betreffende de wet op de ziekenhuizen en andere verzorgingsinrichtingen wil de PS duidelijk een einde stellen aan die keuzevrijheid: “Voor zover nodig, verduidelijken de indieners van dit wetsvoorstel het volgende beginsel: geen enkele arts mag worden verplicht, noch verhinderd om onder de wettelijke voorwaarden euthanasie toe te passen, ongeacht waar hij of zij als arts actief is. Het gaat hier dus in geen geval om een recht dat wordt toegekend aan een instelling die het op haar beurt zou kunnen opleggen aan de mensen die in de betrokken instelling werken.

Voorlopig blijft het afwachten wat de posities zijn die de diverse fracties donderdag in de Kamer in zullen nemen, want in de politiek valt niet uit te sluiten dat de diverse wetsvoorstellen rond euthanasie, maar straks ook abortus, als pasmunt en drukkingsmiddel in het spel van de onderhandelingen zouden kunnen worden gebruikt om een partij al dan niet te overtuigen om toch in een regering te stappen.