De Noord-Afrikaanse landen Tunesië en Marokko krijgen respectievelijk 250 miljoen euro en 450 miljoen euro steun van de Europese Unie (EU) in de strijd tegen het coronavirus.

De Europese Unie geeft Tunesië 250 miljoen euro steungeld om het land te helpen in de strijd tegen het coronavirus. Dat kondigde Patrice Bergamini, de EU-ambassadeur in Tunesië, zaterdag aan. 17 miljoen euro wordt direct overgemaakt, de rest van het geld wordt gespreid over de komende twee jaar.

Ook Marokko krijgt financiële hulp van Brussel: in totaal 450 miljoen euro. Het gros van het geld – 300 miljoen euro – komt uit andere fondsen die al eerder waren toegezegd. Hoewel de coronacrisis zich in Maghreblanden nog in een vroeg stadium bevindt, hebben beide landen te kampen met een gebrekkige gezondheidsinfrastructuur.

Vlaamse onvrede over verdeling coronageld binnen EU

De beslissing van Brussel stuit op onbegrip in Vlaams-nationalistische kringen. Vlaanderen krijgt, ondanks het hoge aantal coronabesmettingen, met 6 miljoen euro slechts een fractie van het coronageld dat naar Noord-Afrika gaat. De kwestie werd onder meer door Vlaams Belang en Dries Van Langenhove aangekaart op sociale media. Ook N-VA’ers geven kritiek op de beslissing. “Per besmetting krijgt Marokko 1000 keer zo veel Europese hulp”, schrijft Tomas Roggeman (N-VA) op Twitter.

Eerder onthield de N-VA zich als een van de weinigen in het Europees Parlement tijdens een stemming over 37 miljard euro aan steunmaatregelen in de strijd tegen het coronavirus. Nadien verplichtte de Vlaamse regering, waartoe N-VA behoort, ook België tot een onthouding via haar federaal vetorecht.

Dat geld uit de EU-cohesiefondsen wordt vooral verdeeld op basis van economische noden en niet op basis van de ernst van de coronapandemie. Op die manier krijgt Vlaanderen slechts 6 miljoen euro, terwijl Wallonië – met een veel lager aantal coronabesmettingen – 25 miljoen euro krijgt.