Gisteren maakte Bart Somers zijn klimaatplan bekend. Eén van de opvallendste onderdelen was het idee om in alle gemeenten van Vlaanderen per inwoner een boom te laten planten. In totaal zouden dat dus 6.6 miljoen bomen zijn.

Het idee om aan bebossing te doen tegen klimaatverandering wint zeker aan populariteit. Wanneer EU-president Ursula von der Leyen op 1 december haar klimaatambities uiteenzette, kondigde ze haar plan om meer bomen te planten als een onderdeel van een “klimaatneutraal” Europa. Op het Wereld Economisch Forum van Davos werd het plan gelanceerd om over heel de planeet 1 biljoen (1.000.000.000.000) nieuwe bomen aan te planten. Zelfs de klimaatsceptische Trump was enthousiast (waarschijnlijk omdat dit hem toelaat om minder zwaar te hakken in de CO2-uitstoot van zijn land).

Bomen hebben inderdaad de eigenschap dat ze CO2 opslorpen. Op zichzelf lijkt het plan om meer bomen te planten dan ook een win/win-voorstel: meer natuur en minder CO2. Te mooi om waar te zijn?

Dat de politiek uitpakt met bomen als middel tegen klimaatverandering heeft veel te maken met een studie van professor Jean-François Bastin van de RUGent en een aantal van zijn collega’s, die in juli 2019 verscheen in het gerenommeerde tijdschrift Science. Daarin werd het radicale idee onderzocht om in gewoonweg alle vrije ruimtes van de wereld nieuwe bomen te planten.  Die massale bebossing zou, door de CO2-absorptie, het meest efficiënte middel zijn om klimaatverandering tegen te gaan, stelden ze. De studie werd nadien onderuit gehaald door de rest van de wetenschappelijke wereld, maar dat belette niet dat politici en ecologisten het idee intussen geestdriftig hadden onthaald.

Tijd dus om een paar misverstanden over bomen en het klimaat uit de wereld te helpen.

  1. Bossen vernietigen geen CO2 maar slaan die op

Bossen halen inderdaad CO2 uit de lucht door fotosynthese en slaan die op in de bomen, organismen en de grond. Maar ze stoten er ook weer uit. Volwassen bossen stoten ongeveer evenveel CO2 uit als ze opnemen (Carol C. Barford et al, “Factors Controlling Long- and Short-Term Sequestration of Atmospheric CO2 in a Mid-latitude Forest“, Science, 2001). Nieuwe bossen kunnen dus wel degelijk als buffer fungeren, maar kunnen nooit een definitieve oplossing voor CO2-uitstoot zijn.

2. Het effect van zelfs een bebossing van de gehele planeet zou beperkt zijn

Zelfs indien de extreme plannen tot bebossing, die algemeen onrealistisch geacht worden, zouden doorgevoerd worden, zou dit slechts 5% van de bestaande CO2 uit de lucht halen (Joseph W. Veldman et al., Science, 2019) en dus hooguit een beetje tijdswinst opleveren. Bovendien zouden ze de vernietiging betekenen van vele ecosystemen zonder bomen, zoals savanne en grasland.

3. Bomen stoten zelf schadelijke gassen uit

Wetenschappers hebben recentelijk ontdekt dat bomen zelf broeikasgassen produceren, zoals methaan en lachgas. Methaan is een broeikasgas dat 30 keer krachtiger is dan CO2. Ook de uitstoot van isopreen en terpenen zorgt voor heel wat discussie tussen wetenschappers over hun mogelijke effecten op het klimaat.

4. Bomen vangen hitte

Bladeren van de bomen vangen gemiddeld meer hitte dan velden of kale grond. Door hun donkere kleur weerkaatsen ze minder licht.  Dat effect wordt zelfs zeer uitgesproken in noordelijke regio’s waar sneeuw en ijs het licht slechts kunnen weerkaatsen bij afwezigheid van bebossing. Een globaal plan tot bebossing zou meer kwaad dan goed doen, zeggen de meeste specialisten dan ook. Enkel in tropische zones is het zinvol om bomen bij te planten. (“How much can forests fight climate change?“, Nature, 2019)

Besluit: Is het planten van bomen in Vlaanderen een geschikt middel om CO2-uitstoot te compenseren? Zeer twijfelachtig. Het is zelfs niet uitgesloten dat er een omgekeerd effect is wat klimaatverandering betreft.