Hoewel België een van de grootste crisissen van na de Tweede Wereldoorlog ondergaat zitten de drie grootste partijen van het land (N-VA, Vlaams Belang en PS) niet in de regering. Wel kreeg de federale regering de steun van de Kamer. Toch had N-VA-voorzitter Bart De Wever liever in de regering gezeten. “In de partij zullen ze kwaad zijn dat ik het zeg, maar: ja, ik had deze crisis graag gemanaged. Dan krijg je tenminste het gevoel dat je je pree waard bent”, stelt hij tegenover Humo.

De afgesprongen noodregering – en meer precies de woordbreuk van PS-voorzitter Paul Magnette – heeft diepe persoonlijke wonden geslagen. Zo verwijt De Wever – en bij uitbreiding sp.a-voorzitter Conner Rousseau – de PS-voorzitter dat hij terugkwam op zijn woord. Nadat Magnette de noodregering, waarover hij een princiepsakkoord had met De Wever, zondag in de media afschoot was de sfeer volgens de N-VA-voorzitter “penibel”. Conner Rousseau schoot onmiddellijk in een tirade die ik nog maar zelden heb gezien. Hij wees alle aanwezigen op hun plichten, dat het gedaan moest zijn met de ego’s en veto’s, en dat er de volgende dag een oplossing moest liggen. Mijn respect voor die gast is enorm gegroeid. Hij stond onder grote druk, maar bleef tot het bittere einde 100 procent op zijn lijn. Hij is zeer loyaal, dat is zeldzaam in de politiek”, vertelt De Wever aan Humo.

Volgens De Wever kunnen de gevolgen van de afgesprongen noodregering in de toekomst nog belangrijker worden. “Zullen er in 2024 nog gentlemen zijn om een akkoord te maken? En hebben die dan nog de macht om iets door te drukken? Niemand moet straks nog komen janken als de extreme partijen tientallen procenten behalen. Die zijn niet geïnteresseerd in een Belgisch compromis, maar willen het systeem omverwerpen”, klinkt het bij de N-VA-voorzitter.

“Elke oplossing roept duizend vragen op”

De Wever, die zich initieel verkeek op de dreiging van het coronavirus, heeft stevige kritiek op de aanpak van de federale regering. Hoewel er er volgens hem sterke mensen inzitten, “heerst een sfeer van anekdotisch bestuur”. “Men had al lang met de financiële sector in conclaaf moeten gaan. Hoeveel geld stoppen we in het garantiefonds? Welke mechanismen zetten we in? Hoe pakken we fraude aan? Hoe bepalen we welke bedrijven we erdoor sleuren en welke we op de fles laten gaan?”, meent de N-VA-voorzitter.

In plaats daarvan zien we volgens De Wever “de ene minister na de andere maatregeltjes aankondigen: een bonnetje voor dit, een premie voor dat. Elke dag iets vers, en niemand die het nog snapt, elke oplossing roept duizend vragen op”. Zelf zou hij graag aan het roer staan. “In de partij zullen ze kwaad zijn dat ik het zeg, maar: ja, ik had deze crisis graag gemanaged. Dan krijg je tenminste het gevoel dat je je pree waard bent. Misschien was dat premierschap een ramp geworden, maar dan heb je tenminste geleefd”, aldus de N-VA-voorzitter tegenover Humo.

Rousseau (sp.a): “Was akkoord tussen PS en N-VA over noodregering”