Minister van Binnenlandse Zaken Pieter De Crem (CD&V) heeft steeds veel waarde gehecht aan ‘law and order’, iets wat in de coronacrisis allerminst verandert. Sterker nog: volgens De Standaard pleitte De Crem om de politie te machtigen om woningen zonder huiszoekingsbevel te betreden indien er een vermoeden bestaat dat er te veel mensen bij elkaar zouden zijn. Dit voorstel, samen met het instellen van een perimeter rond de woonplaats, haalde het niet door verzet van de liberalen.

De coronacrisis geeft de idee van een ‘krachtige’ staat een nieuwe impuls. Zo sluit de overheid winkels en beperkt men burgers hun bewegingsvrijheid aan de hand van een samenscholingsverbod. Stuk voor stuk vormen deze maatregelen een tijdelijke beperking van onder meer de vrijheid van religie, vereniging en vergadering.

Hoewel dergelijke maatregelen – mits ze voldoen aan een aantal voorwaarden zoals proportionaliteit – niet per se strijdig zijn, zoekt de uitvoerende macht volgens De Standaard toch de grens op. Ofschoon de Belgische grondwet de eigen woning beschermt, wou De Crem een versoepeling van de mogelijkheid om een woning te betreden. Zo wil de CD&V-minister de politie de bevoegdheid geven om, bij vermoeden van veel aanwezigen, de woning te betreden zonder huiszoekingsbevel. Op die manier zou de politie bijvoorbeeld ‘geheime’ lockdown parties kunnen aanpakken. Een ander voorstel van De Crem? Burgers een perimeter opleggen, waardoor ze – mits uitzonderingen – binnen een aantal kilometer van hun woonst moeten blijven.

Deze (vergaande) maatregelen, die zouden worden genomen door een uitvoerende macht die via volmachten regeert, werden door de liberalen bestreden en komen er (vooralsnog) niet. Toch kunnen de maatregelen op bezorgdheid rekenen van professor mensenrechten en ex-Kamerlid Hendrik Vuye. “Ik ben verbijs­terd hoe makkelijk we blijkbaar bereid zijn alles te aanvaarden in de naam van veiligheid, of zelfs alleen het gevoel van veiligheid. Dat is gevaarlijk. Het toont hoe snel een democratie kan afglij­den”, stelt hij tegenover De Standaard. Professor mensenrechten aan de KU Leuven Koen Lemmens is milder, al is de tijdelijkheid van de maatregelen voor hem van kardinaal belang.

Naar een (nog) sterkere staat?

Over het algemeen kan men stellen dat restrictieve maatregelen van overheden in het kader van een crisis traag – of zelfs niet – worden teruggeschroefd. Zo worden verschillende controversiële onderdelen van de USA Patriot Act (initieel aangenomen als een reactie op de aanslagen van 11 september 2001) verlengd of zelfs permanent gemaakt. Lemmens meent dat er moet worden nagedacht over een noodtoestand. “Niet omdat ik fan ben van vrijheidsbeperking, maar op die manier kunnen we op een rustig moment grondig nadenken over een duidelijk, wettelijk kader voor alle crisissituaties”, stelt hij tegenover De Standaard.