Op het einde van zijn toespraak aan de Franse natie van 16 maart stelde president Macron dat we, na de uiteindelijke overwinning op het coronavirus, “alle consequenties moeten trekken”. Hij zei het met nadruk nog een keer: “alle consequenties.”

Ik weet niet wat hij precies voor ogen heeft, maar er is één debat dat we niet mogen uit de weg gaan: hoe groot is de Chinese verantwoordelijkheid voor de globale coronacrisis? En welke lessen dienen we trekken voor onze toekomstige omgang met dat land?

Na het uitbreken van de vogelgriep in Hong Kong in 1997 kwam de wetenschap tot het besluit dat de oorzaak te vinden was in het contact van dieren onderling en van dieren met mensen op de wildmarkten in het Chinese binnenland. Eén van de aanbevelingen van een onderzoekscentrum was een oproep om voortaan nauw toezicht te houden op uitbraken van besmettelijke zieken in de omgeving van deze markten. Dat gebeurde niet. China ontkende toen zelfs elke verantwoordelijkheid en hield potsierlijk vol dat alle kippen in China steeds kerngezond waren gebleven.

Steeds hetzelfde patroon van ontkenning

Wanneer de SARS-epidemie in 2002 uitbrak, alweer met de wildmarkten in het binnenland als bron, poogde de Chinese overheid het nieuws zo lang mogelijk stil te houden. Het virus kon zich ongehinderd verspreiden, tot het buiten de grenzen raakte. Pas in februari 2003 zag China zich genoodzaakt om aangifte te doen bij de Wereldgezondheidsorganisatie. Twee maanden later waren duizenden mensen besmet.

In 2017 schreef verscheen in het Smithsonian magazine een artikel met de titel: “Is China ground zero voor een nieuwe epidemie?” Het besluit van de wetenschappers die in het artikels werden aangehaald, was overduidelijk: de gastronomische voorliefde van Chinezen voor gerechten met vele soorten ongekookt wild, samen met het gegeven van wildmarkten waar allerlei dieren met elkaar en mensen in contact komen, maken een nieuwe epidemie zeer waarschijnlijk. De voorspelling bleek 3 jaar later al correct.

China is een communistische, autoritaire staat. Eén van de voordelen van dit soort regimes, is dat ze zonder debat krachtige maatregelen kunnen opleggen. China had de wildmarkten kunnen verbieden of aan scherpe controle onderwerpen, maar deed dat niet. Eén van de nadelen van autoritaire regimes is dan weer de neiging om slecht nieuws en het debat over maatschappelijke problemen te onderdrukken, waardoor ook te laat aan oplossingen wordt gewerkt. Dit nadeel liet zich enkele maanden geleden in al zijn noodlottigheid gelden, met zware gevolgen voor de rest van de wereld.

Geheimhouding en leugens

Op 1 december werd de eerste patiënt die leed aan de ziekte opgenomen. Hoewel men nog niet kon weten dat een nieuwe variant van het coronavirus was opgedoken, moeten er vrij snel alarmen zijn afgegaan. Al op 12 december werd het virus gedetecteerd. Op 26 december werd het door Chinese laboratoria herkend als een vorm van coronavirus. Een lokale verantwoordelijke gaf het bevel het onderzoek stop te zetten en de stalen te vernietigen.

Enkele dokters uit Wuhan trokken begin januari aan de alarmbel over de verschillende ziektegevallen die veel overeenstemming vertoonden met een besmetting door het SARS-virus. Ze werden op het matje geroepen door de Chinese overheden en gevraagd deze geruchten niet verder te verspreiden. Terwijl de oplettende Chinese rivalen van Taiwan reeds begin januari het personenverkeer met het vasteland streng begonnen te controleren, liet de Chinese Volksrepubliek nog miljoenen mensen over de grenzen van Wuhan trekken.

Het staat vast dat ook leider Xi Jinping al weken op de hoogte was van het nieuwe coronavirus voor hij er publiek over sprak. Pas op 20 januari erkende China dat het van mens tot mens wordt overgedragen.

In elk stadium van de uitbraak was het regime enkel bezig met zijn eigen reputatie en betoonde het misdadige onverschilligheid voor de potentiële gevolgen van de ziekte. De ingebakken paranoia en de onzekerheid van het Chinese bewind gaven het virus een voorsprong van een maand, schatte James Palmer in een bijdrage in Foreign Policy.

Op 31 januari werden de eerste gevallen van Covid-19 vastgesteld in Italië (bij Chinese toeristen), maar virologen vermoeden dat het daar toen al weken aan het woekeren was.

De propagandamachine in actie

In onze media worden bijzonder weinig vragen gesteld bij de criminele nalatigheid van het Chinese regime. Xi Jinping is Trump niet.

Intussen is de Chinese propagandamachine in hoogste versnelling gegaan om aan schadebeperking te doen. China vreest dat, eens het Westen niet meer in de ban zal zijn van zijn eigen strijd tegen het virus, er conclusies zullen getrokken worden over de Chinese verantwoordelijkheid en over de afhankelijkheid van Chinese aanvoerlijnen, onder ander wat medisch materiaal en medicijnen betreft. Dat debat zou gemakkelijk kunnen overslaan naar een algemeen debat over de strategische afhankelijkheid van China op andere terreinen.

Het propagandaoffensief boekt alvast resultaten. De bouw van ziekenhuizen op nauwelijks 10 dagen werd door het regime maximaal uitgespeeld en heeft in het Westen bewondering opgewekt, net als de doortastende quarantainemaatregelen. Hoewel de Chinese overheid de crisis lang mismeesterd heeft, blijft bij de buitenwereld het beeld overheersen van een kordate Chinese aanpak die Covid-19 overwonnen heeft.

“De wereld dient zich bewust te worden van de brutale en cynische aard van het communistische bewind van China en welke verantwoordelijkheid het draagt voor de wereldramp met Covid-19.”

De communistische partij van China publiceerde al op 29 februari een propagandaboek over de definitieve overwinning op het virus. Beelden van medische teams die Wuhan verlaten, toegejuicht door een dankbare bevolking, werden overal gedeeld. Virologen denken echter dat de Chinese methode niet toegelaten heeft om enige groepsimmuniteit op te bouwen en dat er nog golven zullen volgen. Gerenommeerd specialist Michael Osterholm zegt dat China het virus onderdrukt, maar niet verslagen heeft. Het regime is alvast propagandistisch voorbereid: recente, nieuwe besmettingen zijn nu al de schuld genoemd van “buitenlandse bezoekers”. Il faut le faire.

China stuurde daarna medische teams en materieel naar het buitenland, meest opvallend naar het zwaar getroffen Italië. De lidstaten van de EU, die geen enkele respons gaven op een uitdrukkelijke vraag om hulp van Italië, zorgden ervoor dat de Chinese propagandazet meesterlijk slaagde.

Vragen durven stellen over de globalisering

De waarheid is dat de aanpak van de Chinese overheid van het coronavirus wekenlang catastrofaal slecht was en dat het regime alle waarschuwende stemmen in eigen land, zoals de ondertussen overleden dokter Li Wenliang, brutaal het zwijgen heeft opgelegd. Om propagandistische redenen werden leugens verteld aan de eigen bevolking en de rest van de wereld, waardoor weken verloren gingen en de grootste crisis van deze eeuw is ontstaan. We zijn nog maar pas begonnen de schade op te nemen van het menselijk leed en de economische ramp ten gevolge van het virus dat door Trump – terecht en tot grote woede van het communistische regime – het “Chinese virus” of het “Wuhan virus” wordt genoemd.

Dit is geen pleidooi voor regelrechte sancties. Maar de wereld dient zich bewust te worden van de brutale en cynische aard van het communistische bewind van China en welke verantwoordelijkheid het draagt voor de wereldramp met Covid-19.

De gebeurtenissen zullen ons hopelijk ook geleerd hebben dat we in crisismomenten niet afhankelijk willen zijn van dit regime. Dat geldt niet alleen voor de capaciteit om zelf op korte tijd grote hoeveelheden essentiële medicijnen en medische apparatuur te vervaardigen. Er zijn ergere crisissen mogelijk dan degene die we nu beleven. Ik geloof sterk in de vele voordelen van vrijhandel, maar we moeten stilaan vragen durven stellen bij een globalisering die veel strategisch belangrijke sectoren heeft doen uitwijken naar een land dat niet onze vriend is.