Alle journalisten van The New York Times, The Wall Street Journal en The Washington Post in China moeten binnenkort hun perskaart inleveren. Waarschijnlijk betekent dit ook dat ze het land worden uitgezet. Eerder besliste de Amerikaanse regering om de vergunningen van tientallen Chinese journalisten in te trekken. 

China en de Verenigde Staten zijn in een bitse strijd verwikkeld over het coronavirus en mediavrijheden. Vorige maand besliste de Amerikaanse regering dat Chinese staatsmedia zich in de Verenigde Staten als buitenlandse ambassade moeten registreren. Vervolgens zette Beijing drie correspondenten van The Wall Street Journal uit, nadat een opinieartikel in de krant China als “de echte zieke man van Azië” omschreef.

Journalisten Chinese staatsmedia uit VS gezet

Vervolgens schroefde de Amerikaanse regering het aantal journalisten dat voor Chinese staatsmedia in de Verenigde Staten mag werken terug, van 160 naar 100. Volgens Washington D.C. was dat een reactie op de “toenemende vervolging” van onafhankelijke berichtgeving in China.

“Ik betreur het besluit van China vandaag, om de mogelijkheid van de wereld om vrije verslaggeving uit te oefenen die eerlijk gezegd echt goed zou zijn voor het Chinese volk, verder af te schermen. “Dit is jammer. Ik hoop dat ze het heroverwegen”, zei de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Mike Pompeo.

Zeker 13 journalisten in China zouden moeten vertrekken. Opmerkelijk is dat de journalisten ook niet meer zouden mogen werken in Hongkong en Macau. De twee regio’s hebben een hoge mate van autonomie en een vrijere pers dan de rest van communistisch China. Voorheen mochten buitenlandse journalisten die uit China werden gezet wel altijd blijven werken in Hongkong.