Het aantal kleuters dat in een vreemde taal opgroeit blijft maar stijgen. Bijna 1 op 4 kleuters in Vlaanderen groeit op in een gezin waar geen Nederlands wordt gesproken. Dat onrustwekkende nieuws verscheen vandaag op Statistiek Vlaanderen

Statistiek Vlaanderen ging de zogenaamde ‘leerlingenkenmerken’ na. Dat zijn 4 kenmerken die het sociaal profiel van een school bepalen. Het betreffen een laagopgeleide moeder, de schooltoelage, de thuistaal is niet-Nederlands en wonen in buurt met een hoge mate van schoolse vertraging. Schoolse vertraging is het aantal leerjaren vertraging dat een leerling oploopt ten aanzien van het leerjaar waarin hij zich zou bevinden als hij normaal zou vorderen.

In het gewoon lager onderwijs had in het schooljaar 2018-2019 21% van de leerlingen een laagopgeleide moeder en een even grote groep niet het Nederlands als thuistaal. Daarnaast ontving 27% een schooltoelage en woonde 24% in een buurt met een hoge mate van schoolse vertraging.

Duidelijke stijging

een kwart van de leerlingen in het lager onderwijs spreekt geen nederlands

Het aandeel leerlingen met een laagopgeleide moeder is zowel in het kleuter- als in het lager onderwijs de laatste tien jaar weinig veranderd. Bij het aandeel leerlingen met thuistaal niet-Nederlands is er sprake van een duidelijke stijging. Tien jaar geleden had 16% van de kleuters en 12% van de leerlingen in het gewone lager onderwijs een andere thuistaal. Ook het aandeel dat een schooltoelage ontvangt, is in het kleuter- en lager onderwijs toegenomen, maar in mindere mate dan het aandeel leerlingen met thuistaal niet-Nederlands.

Migratie

De leerlingenkenmerken waarnaar gepeild werd komen ook veel meer voor in Brussel. Vrijwel alle leerlingen uit het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest wonen in een buurt met een hoge mate van schoolse vertraging. De situatie is het gevolg van de grote migratiedruk die dit land momenteel kenmerkt. 37% van de 0 tot 5-jarigen heeft reeds een migratieachtergrond. Dit zorgt voor grote problemen in het onderwijs. Zo blijkt ook dat studenten die verder studeren al maar slechter Nederlands kunnen, wat zich vertaalt in slechtere studieresultaten over de hele lijn.

Rechtse partijen dringen aan om meer in te zetten op het Nederlands. Zo riep minister van Onderwijs Ben Weyts (N-VA) al op om na schooltijd en in het weekend thuis Nederlands te spreken. “Uit de PISA-resultaten blijkt dat de kloof tussen autochtone en allochtone leerlingen in één klap halveert zodra het allochtone gezin thuis Nederlands spreekt.” Het Vlaams Belang wil dat het Nederlands wettelijk verankerd wordt in ons onderwijs, niet langer alleen als instructietaal in de klaslokalen, maar ook als omgangstaal op de speelpleinen en in de gangen.

Omgekeerd willen linkse partijen dan weer méér inzetten op vreemde talen. Groen diende zo onlangs een resolutie in over het gebruik van de thuistaal in het Vlaamse onderwijs. De linkse partij pleit voor het functioneel meertalig leren. Daarbij wil men de thuistaal van anderstalige leerlingen gebruiken om de leerstof beter te begrijpen. Ook het Gents stadsbestuur volgt die piste.