Er gaapt een grote kloof in de aanpak van werkloosheid tussen Vlaanderen en Wallonië. Dat blijkt uit cijfers die senator Guy D’haeseleer (Vlaams Belang) opvroeg bij de minister van Werk Nathalie Muylle (CD&V).

Werklozen die geen gevolg geven aan oproepen in het kader van ‘passieve beschikbaarheid’, kunnen worden gesanctioneerd. In 2018 was dat in Vlaanderen bij 9.157 werklozen het geval. 98 percent van hen kreeg meteen ook een sanctie opgelegd en 2 percent kreeg een verwittiging. In Wallonië gaat het om 5.828 personen, maar hier kreeg amper 33,4 procent van hen effectief een sanctie en niet minder dan 66,6 procent slechts een verwittiging. 

De verschillende werkloosheidssituatie tussen Vlaanderen en Wallonië blijkt verder ook uit de diverse redenen waarvoor de gewestelijke arbeidsdiensten sanctionerend optreden. In Vlaanderen gebeurt dat in 79 percent van de gevallen omdat de werkloze zich niet aanmeldt bij de plaatsingsdienst of bij een dienst voor beroepsopleiding. In Wallonië is dat in slechts 49 procent van de gevallen, terwijl 43 percent van de sancties worden opgelegd voor het zich niet aanmelden bij een werkgever (in Vlaanderen is dat slechts bij 5,5 percent van de sancties).

Sancties geregionaliseerd

Met de zesde staatshervorming werd de controle en het toebedelen van sancties aan werklozen inzake passieve beschikbaarheid overgedragen aan de gewesten. De passieve beschikbaarheid betekent dat een werkloze niet zelf hoeft te solliciteren, maar wel verplicht is om in te gaan op concrete jobvoorstellen van de VDAB. Het is duidelijk dat deze regionalisering tot een verschillend sanctioneringsbeleid in Vlaanderen en Wallonië heeft geleid.

Die regionalisering is een goede zaak, ze is echter maar half gebeurd. Enkel het sanctioneringsbeleid werd gesplitst, maar de rest niet. Hierdoor is er geen responsabilisering: Wallonië blijft federale middelen krijgen en hoeft de werklozen niet te activeren. 

Het gevolg hiervan is, aldus D’haeseleer, opnieuw een welvaartstransfer van Vlaanderen naar Wallonië. “Het is het federale niveau, vooral dus de Vlaamse belastingbetaler die in de meerderheid is, dat opnieuw de Waalse factuur voor dit verschillend beleid mag betalen”, klinkt het verder. “Want terwijl de overgrote meerderheid van de nalatige Vlamingen wél wordt bestraft doordat zij al dan niet tijdelijk geen werkloosheidsuitkering meer krijgen, wordt de grote meerderheid van de in gebreke gebleven Walen wél verder uitbetaald. Een verdere overheveling van deze bevoegdheden naar de gewesten dringt zich dan ook op, zodat ieder gewest geresponsabiliseerd wordt voor het beleid dat het zelf voert.”