Er bestaan grote zorgen over de positie van veel christenen wereldwijd. Maar de zorgen gaan verder dan de vervolging zelf. Er zijn ook veel organisaties en christenen die aan de alarmbel trekken vanwege de lakse en onverschillige houding die het Westen heeft ten opzichte van christenvervolging. Islamitische landen lijken alle ruimte te krijgen om het christendom uit te roeien. Turkije, een buurland en belangrijke partner van Europa springt hierbij in het oog.

Kortzichtig

Melanie Phillips, een Britse journaliste zei het in 2014 al in The Times: “Religieuze vrijheid, de kernwaarde van de westerse beschaving, wordt in grote delen van de wereld vernietigd. Maar het Westen, dat deze religieuze oorlog kortzichtig ontkent, kijkt weg…” Soms lijkt het wel alsof de vervolging van en aanslagen op christenen in het Westen niet ernstig genomen worden, zo concludeert ook Gatestone Institute. 

Brandstichting

Afgelopen zomer zijn in Turkije verschillende branden gesticht in de regio van Tur Abdin, een gebied met enkele van de belangrijkste en oudste kerken en kloosters ter wereld.
Er werd al een begraafplaats verwoest en bij branden vlakbij de dorpen Elbeğendi, Güzelsu, Dibek, Üçköy, Üçyol en Dağiçi werden minstens 200 hectare landbouwland en tientallen dieren het slachtoffer van de vuurzee. Volgens Turkse media moesten zes dorpen tegelijk geëvacueerd worden voor oprukkende branden. In Şırnak sneuvelde meer dan duizend hectaren wijngaard. Waar twee weken geleden nog wijn, olijven en maïs werden verbouwd en schapen graasden, is er nu niets anders meer dan verkoolde aarde.

Opgepakt

Afgelopen maand was het weer onrustig geworden voor de christenen in Tur Abdin, Zuidoost-Turkije. Een Turkse rechtbank had de Aramese monnik Aho Sefer Belicen samen met Josef Yar, de burgemeester van het Aramese dorpje Arkah, en Musa Tastekin (van het dorp Sederi) opgepakt. Ze worden beschuldigd van het schenken van voedsel aan een voormalig PKK-lid, wat voldoende is om te worden aangeklaagd.

Monnik Aho Sefer Belicen leidde een gemeenschap in het Mor Yakub-klooster in de zuidoostelijke provincie Mardin van Turkije, het oude thuisland van de Arameeërs. Het drietal werd op 9 januari vastgehouden wegens aantijgingen dat de drie voedsel en water aan een PKK-lid zouden hebben verschaft.

Afwachting

Monnik Aho werd na vier dagen vrijgelaten, maar is nog in afwachting van zijn proces. De aanklager beweerde dat zij over bewijzen beschikken dat de monnik leden van de PKK, de Koerdische Arbeiderspartij, heeft toegelaten tot het klooster. De PKK voert al meer dan drie decennia een opstand voor de onafhankelijkheid van de Koerdische gebieden. Zowel Turkije, de VS als de EU beschouwden de PKK als een terroristische organisatie.

Geen bewijs

Maar toen Ilhan Aydin, de advocaat van monnik Aho, om bewijzen vroeg, werd er niks aan de rechtbank getoond. “Een man heeft de politie verteld dat hij eten heeft gekregen van zowel monnik Aho als Musa Tastekin, toen hij nog lid was van de PKK. Dit kan beschouwd worden als het ondersteunen van een terroristische organisatie, wat verboden is in Turkije.”, aldus Ilhan Aydin. “Zowel monnik Aho als de heer Tastekin herinneren zich niet dat zij de persoon, die hen hiervan beschuldigt, eten hebben gegeven.”

De hele situatie is erg triest en ook gênant. Het is ongelooflijk dat ze werkelijk een klooster zijn binnengevallen om een monnik te arresteren op grond van dergelijke beschuldigingen“, zei Ilhan Aydin.

Verjaagd

De Oosterse christenen worden al jarenlang uit hun thuisland verjaagd en raken vaak ongewild verwikkeld in de politieke conflicten  tussen de Turkse regering en de Koerdische PKK. De Arameeërs zijn een vredig volk en hebben altijd kenbaar gemaakt zich niet te willen mengen in conflicten tussen andere volkeren. Duizenden Arameeërs, Assyriërs en Chaldeeërs, een eeuwenoude christelijke gemeenschap met Aramees als hun moedertaal, zijn Turkije sinds de jaren ’80 ontvlucht. Heel wat onder hen wonen nu in Europa. In hun land van herkomst ervaren ze heel wat problemen inzake veiligheid, discriminatie en beperkingen van de religieuze vrijheid.

Inheemse bewoners

Momenteel erkent de Turkse overheid de Arameeërs nog steeds niet officieel als etnische minderheid. Nochtans zijn zij de inheemse bewoners zijn van onder meer Tur Abdin. Dit beperkt hen enorm in hun (mensen)rechten. Zo kunnen ze het elementaire recht op geloofsvrijheid niet helemaal vrij uitoefenen. Momenteel is Israël (sinds 2014) her enige land in het Midden-Oosten dat de Aramese taal en identiteit officieel erkent.

Het wordt de christenen ook moeilijk gemaakt wanneer ze hun eigen grond willen kopen of een nieuwe priester willen opleiden. De Aramese taal, die vroeger door Jezus Christus gesproken werd, is in Turkije officieel nooit erkend. Noch is het toegestaan om de taal te onderwijzen. De houding van de Turkse autoriteiten is een van de hoofdredenen geweest waarom veel christenen uit het zuidoosten van Turkije hun thuisland noodgedwongen hebben verlaten.

Conclusie

De openlijke miskenning van de rechten van alle minderheden op eigen taal, cultuur, godsdienst en organisatie is flagrant in strijd met de Europese wetgeving. Met dit beleid sluit Turkije zichzelf uit van het democratische, multiculturele Europa