Nu zondag zijn er verkiezingen in Slovakije. In de opiniepeilingen doet rechts het goed. De uittredende socialistische regering werd gekenmerkt door diepgaande corruptie. Orgelpunt daarvan was politieke moord op een onderzoeksjournalist. De bevolking lijkt anders en beter te willen.

De verkiezingen staan in het licht van de corruptie. Een jaar geleden werd de 27-jarige Jan Kuciak samen met zijn verloofde Martina Kusnirova doodgeschoten in zijn eigen huis. Amper twee maanden voor hun geplande huwelijk. Kuciak was corruptie bloot aan het leggen bij de socialistische partij en in het zakenleven. De top van de socialisten had banden met de Italiaanse´Ndrangheta maffia en ook in Slovakije maakte die op grote schaal misbruik van de rijkelijke stroom van EU-subsidies. 

De toenmalige socialistische eerste minister, Robert Fico zou zich schuldig hebben gemaakt aan belastingontwijking en het laatste artikel van Kuciak ging over een zakenman, Marián Kočner, die met de hulp van de geheime diensten een tv-zender wilde overnemen. Dezelfde zakenman zou ook belastingen ontweken hebben en daarna Kuciak bedreigd hebben. Twee weken later was de journalist dood.

Ongezien protest

Het nieuws van de moord bracht een schokgolf door het land en overal waren er betogingen. Het protest was zo massaal dat de eerste minister finaal zijn ontslag moest indienen. Het was nog maar de tweede keer sinds Wereldoorlog II dat protest van de bevolking leidde tot het opstappen van een regering. De andere keer was in november 1989, bij de val van het communisme, toen Tsjechoslowakije gesplitst werd. Opvallend genoeg kreeg deze politieke moord en de grootschalige corruptie, net zoals in het door socialisten bestuurde Malta waar min of meer hetzelfde gebeurde, erg weinig aandacht in Europa. 

Bij het onderzoek – dat van een ongeziene schaal was – naar de dood van de journalist arresteerde de politie meerdere Italiaanse maffialeden, die ook betrokken waren bij drughandel en fraude. De politie verklaarde dat Kuciak vermoord is geweest omwille van zijn werk als onderzoeksjournalist en de moord bevolen was. Marián Kočner werd als opdrachtgever veroordeeld.

De zaak bracht natuurlijk een zware politieke crisis met zich mee. Een rits van ministers nam ontslag, waaronder ook eerste minister Fico. Vooral de socialisten stonden onder grote druk. Toch kwamen er geen verkiezingen en bleef de meerderheid aan de macht, al had ze veel nieuwe gezichten.

Peilingen

De socialistische Smer-SD partij zit sinds 2006 in de meerderheid, met een korte afwezigheid tussen 2010 tot 2012. De huidige premier, Peter Pellegrini, die de vorige corrupte verving, verkoopt zichzelf als het gezicht van de nieuwe Smer-SD en voert campagne onder de slogan van “verantwoordelijke verandering“. De kiezer lijkt niet overtuigd. De partij, die voor het schandaal rond de 30% schommelde, haalt volgens de peilingen nu maar 15%. 

In plaats van het oude en corrupte socialisme, lijken de Slovaken te zullen gaan kiezen voor het nieuwe en frisse conservatisme. Het zijn vooral de conservatieve populisten van ‘OĽaNO‘ (‘gewone mensen’) die goed scoren in de peilingen In de EU maakte ze tot voor kort deel uit van de conservatieven en hervormers, maar in 2019 stapte ze over naar de Europese Volkspartij. Daarnaast doen ook de rechtse nationalisten van SME Rodina het goed. Dat is een erg jonge partij, die nog maar bestaat vanaf 2015. Ze is rechtsconservatief en migratiekritisch. Die partij maakt deel uit van Identiteit en Democratie in de EU.

Extremisten

Echter, het werk van de socialisten heeft ook extremistische partijen sterk gemaakt. Zo scoort de ‘Volkspartij Ons Slovakije’ (L’SNS) ook erg hoog, maar dat is een ronduit nazistische partij. Die partij dweept met de collaboratiestaat die gevormd werd door Hitler, is christelijk fundamentalistisch en wil economisch interventionisme. Bij de verkiezingen van 2016 stonden zeer controversiële figuren op de lijst, zoals de zanger van de nazi-band ‘Krátky proces’ en ‘Juden Mord’. De holocaust is er een wederkerend thema en zigeuners zijn een doelwit. Die partij staat nu op de 3e plek in de peilingen.

Vooral het feit dat ze compleet los staan van de traditionele politici speelt nu in hun voordeel. Veel mensen zouden dan ook bereid zijn een oogje dicht te knijpen voor hun ‘aangebrande’ standpunten, zolang er maar een grote ommekeer komt. Mensen die voor de eerste keer stemmen hebben een voorkeur voor de L’SNS.

Ook op links nieuwe uitdagers

Er is ook een nieuwe, jonge progressieve partij die meedoet, ‘Progressief Slovakije’ Die is links-liberaal van insteek en schommelt rond de 10% van de stemmen. Deze partij heeft veel kandidaten die inzetten op anti-corruptie en slaagde er in om in 2019 de presidentsverkiezingen te winnen. Dit gebeurde onder de leiding van Zuzana Čaputová. Ze werd de eerste vrouwelijke premier van het land, en gelijk ook de jongste. De opkomst was echter zeer laag en ze werd daarmee de president met het minste aantal stemmen ooit. Ze was ook nog aan de slag voor de Open Society Foundations, de NGO van de beruchte George Soros.

Een andere meer progressieve partij is Za ľudí, een pro-Europese liberale partij. Die werd opgericht door voormalig president Andrej Kiska. De laatste peilingen tonen echter een neerwaartse trend.

Bonte coalitie?

Aangezien de meeste partijen lage scores halen, en de grootste in de peilingen met moeite aan 20% zit, zal er een brede of bonte coalitie moeten komen. Een interessante referentie voor ons land. Saillant detail: deze week nog stemden de socialisten samen met de nazi’s van L’SNS over een wet die hogere uitkeringen geeft aan gepensioneerden. Ook dit passeerde zonder al te veel ophef.