Het gemiddelde maximale ereloonsupplement dat ziekenhuizen in ons land aanrekenen bij een eenpersoonskamer blijft maar oplopen. Het Vlaams & Neutraal Ziekenfonds (VNZ) wijst in een persbericht op de grote regionale verschillen inzake ereloonsupplementen tussen Vlaanderen en Wallonië. Het VNZ pleit al langer voor responsabilisering in de gezondheidszorg.

Het ziekenfonds onderzoekt jaarlijks niet alleen de uitgaven- en inkomstenverschillen tussen Vlaanderen en Wallonië op basis van de gegevens van de Landsbond van de Neutrale Ziekenfondsen, maar analyseerde nu ook de gevraagde maximale ereloonsupplementen in alle Belgische ziekenhuizen.

Wanneer een patiënt vrijwillig kiest voor een opname in een éénpersoonskamer mogen de artsen, zowel chirurgen als anesthesisten, een extra ereloonsupplement aanrekenen bovenop het vastgestelde Rizivtarief.

Op basis van de analyse van alle maximale ereloonsupplementen die momenteel in de verschillende ziekenhuizen worden gevraagd in 2020, blijkt volgens het VNZ dat er in Vlaanderen gemiddeld 143% maximale ereloonsuplimenten voor een éénpersoonskamer gevraagd worden, in Wallonië 210% en in Brussel maar liefst 270%. Zo is het gemiddeld maximale ereloonsupplement in 2020 intussen opgelopen tot 179%. Dat is alweer een stijging in vergelijking met vorig jaar.

Meerderheid gaat over het maximum

Van de 54 ziekenhuizen in Vlaanderen zijn er nog maar 13 ziekenhuizen die het maximum van 100% hanteren, 8 tussen 105 en 125%, 22 tussen 135 en 150% en 11 ziekenhuizen, vaak universitaire ziekenhuizen, hanteren het maximum van 200%.

In Wallonië is het nog veel extremer: daar zijn er 28 ziekenhuizen. Slechts één ziekenhuis vraagt maximaal 100% ereloonsupplement en amper drie blijven onder de 200% ereloonsupplement. De overige 24 instellingen vragen minstens 200 %, met drie uitschieters tot 300 %. Deze Waalse uitschieter van 300%, of viermaal het afgesproken Rizivtarief, is de standaard in 8 van de 11 Brusselse instellingen.

Een verklaring van die hoge ereloonsupplementen ligt voor een groot deel bij het feit dat er in Wallonië meer artsen zijn voor minder patiënten. Daardoor moeten ziekenhuizen zich er wenden tot hogere prijzen. In een reactie aan SCEPTR laat de voorzitter van het VNZ, Jürgen Constandt, weten dat er in Wallonië maar liefst 30% meer artsen per inwoner zijn. Bij de specialisten is de wanverhouding nog groter met 43%. Hij wijst er op dat ereloonsupplementen op zichzelf al een probleem zijn, en hier dus een verdubbeling of verdriedubbeling van de kost voor de patiënt kunnen betekenen. 

Splits de sociale zekerheid

De gezondheidszorg en de financiering ervan, blijven een heet communautair hangijzer. Het verbruik van Wallonië ligt steeds hoger, maar Wallonië draagt ook veel minder bij. Bovendien heerst er ook een volledig andere medische cultuur in beide landsdelen. Volgens Jürgen Constandt zijn de ereloonsupplementen een zoveelste illustratie van dat feit. Hij pleit er dan ook voor om Vlaanderen en Wallonië elk een eigen sociale zekerheid te laten organiseren en de huidige structuur op te splitsen.

Lees ook:

Vlaanderen blijft Waalse gezondheidszorg betalen