De ooit prestigieuze universiteit van Yale meldt dat ze zal stoppen met een inleidende kunstgeschiedeniscursus. De “introductie in de kunstgeschiedenis: Renaissance tot het heden” is volgens professoren veel te blank en kan dus niet meer gegeven worden. Studenten zouden zich niet kunnen vinden in een “geïdealiseerd westers canon, dat een product zou zijn van een blank, heteroseksueel en mannelijk kader van artiesten.” Dat brengt The Yale Daily News (YDN).

Deze lente zal de laatste versie van de cursus het idee van westerse kunst zelf in vraag stellen. Een opvallende breuk met het verleden. De huidige decaan van de afdeling kunstgeschiedenis, Tim Barringer, zei aan de YDN dat hij wil tonen dat een cursus over kunstgeschiedenis niet enkel moet gaan over westerse kunst. Er zijn volgens hem veel meer regio’s, genres en tradities die “evenveel aandacht verdienen“. Europese kunst op een voetstuk zetten is volgens hem “problematisch“.

In plaats van de huidige inleidende cursus, komt er een bredere waaier, zoals ‘kunst en politiek’, ‘globale ambacht’; ‘de zijderoute’ en ‘heilige plaatsen’. Over enkele jaren komt er een vervanging voor de inleiding tot kunstgeschiedenis. Maar die zal op gelijke voet staan met de andere cursussen en niet “de rest aan de kant duwen“.

Hoewel de universiteit beweert dat de vermeende eenzijdigheid problematisch is, schreef zich een recordaantal studenten in voor de laatste editie. 400 studenten wilden de cursus volgen terwijl er maar plaats is voor 300.

Meer aandacht voor ras

Barringer schreef dat de nadruk nu zal liggen op de relatie tussen Europese kunst en andere wereldtradities. Ook komt er meer aandacht voor de relatie tussen kunst en “vragen over gender, klasse en ras“. Er zal tevens gediscussieerd worden over de band van kunst met het westers kapitalisme. De relatie met klimaatverandering zal ook zeer belangrijk zijn.

Hij moedigt de studenten ook aan om essays te schrijven over kunst die niet in de cursus staat. De bedoeling is om lang gehouden overtuigingen over kunstgeschiedenis in vraag te stellen. Een zeer cultuurmarxistische manier van aanpakken. “Ik kijk er naar uit om te zien welke werken de studenten zullen maken die tegen mijn eigen narratief ingaan of het zelfs ondermijnen“, aldus de decaan.

In 2017 deed de afdeling Engelse taal een gelijkaardige zet. Die “dekoloniseerde” haar diplomavereisten. Belangrijke Engelse dichters werden geen verplichte kennis meer.