Deze week is het weer onrustig geworden voor de christenen in Tur Abdin, Zuid-Oost-Turkije. Een Turkse rechtbank heeft de Aramese monnik Aho Sefer Belicen samen met Josef Yar, de burgemeester van het Aramese dorpje Arkah, en Musa Tastekin opgepakt. Ze worden beschuldigd van het schenken van voedsel aan een voormalig PKK-lid, wat voldoende is om te worden aangeklaagd. Dat brengt Agos.

Monnik Aho Sefer Belicen leidde een gemeenschap in het Mor Yakub-klooster in de zuidoostelijke provincie Mardin van Turkije, het oude thuisland van de Arameeërs. Het drietal werd op 9 januari vastgehouden wegens aantijgingen dat de drie voedsel en water aan een PKK-lid zouden hebben gegeven.

Afwachting

Monnik Aho wordt nog steeds vastgehouden in afwachting van zijn proces. De aanklager beweert dat hij bewijs heeft dat de monnik leden van de PKK, de Koerdische Arbeiderspartij, heeft toegelaten tot het klooster. De PKK voert al meer dan drie decennia een opstand voor onafhankelijkheid van de Koerdische gebieden. Zowel Turkije, de VS en de EU beschouwden de PKK als een terroristische organisatie.

Geen bewijs

Maar toen Ilhan Aydin, de advocaat van monnik Aho, om bewijs vroeg, werd er niks aan de rechtbank getoond. “Een man heeft de politie verteld dat hij eten heeft gekregen van zowel monnik Aho als Musa Tastekin, toen hij nog lid was van de PKK. Dit kan beschouwd worden als het ondersteunen van een terroristische organisatie, wat verboden is in Turkije.”, aldus Ilhan Aydin

Zowel monnik Aho als de heer Tastekin kunnen zich niet herinneren dat zij de persoon, die hen hiervan beschuldigt, eten hebben gegeven.”De hele situatie is erg triest en ook gênant. Het is ongelooflijk dat ze werkelijk een klooster zijn binnengevallen om een monnik te arresteren op grond van dergelijke beschuldigingen“, zei Ilhan Aydin.

Verjaagd

De Oosterse christenen worden al jarenlang uit hun thuisland verjaagd. Zij raken vaak ongewild verwikkeld in de politieke conflicten tussen de Turkse regering en de Koerdische PKK. De Arameeërs zijn een vredig volk en hebben altijd kenbaar gemaakt zich niet te willen mengen in conflicten tussen andere volkeren.

Duizenden Arameeërs, een eeuwenoude christelijke bevolking met Aramees als hun moedertaal, zijn Turkije sinds de jaren ’80 ontvlucht. Heel wat onder hen wonen nu in Europa. In hun land van herkomst ervaren ze heel wat problemen inzake veiligheid, discriminatie en beperkingen op religieuze vrijheid.

Inheemse bewoners

Momenteel worden de Arameeërs nog steeds niet officieel erkend als etnische minderheid door de Turkse overheid, ondanks dat zij de inheemse bewoners zijn van onder meer Tur Abdin. Dit beperkt hen enorm in hun (mensen)rechten. Zo kunnen ze het elementaire recht op geloofsvrijheid niet helemaal vrij uitoefenen. Momenteel is Israël (sinds 2014) de enige land in het Midden-Oosten dat de Aramese taal en identiteit officieel erkend.

Het wordt de Aramese christenen ook moeilijk gemaakt wanneer ze hun eigen grondgebied willen kopen of een nieuwe priester willen opleiden. De Aramese taal, die vroeger door Jezus Christus zou zijn gesproken, is in Turkije officieel niet erkend. Noch is het toegestaan om de taal te onderwijzen. De houding van de Turkse autoriteiten is een van de hoofdredenen geweest waarom veel christenen uit het zuidoosten van Turkije hun thuisland noodgedwongen hebben moeten verlaten.

Werelderfgoed

Het 1500 jaar oude Mor Yakub-klooster ligt op ongeveer 250 meter van de Syrische grens en ligt bovenop een rotsachtige heuvel op een afgelegen plek. In 2014 plaatste de UNESCO het op de lijst van werelderfgoed.

Bedreigd

De Turkse Commissie voor Mensenrechten tegen Racisme en Discriminatie heeft recent nog een rapport gepubliceerd over schendingen van de rechten tegen een Aramese non, Verde Gokmen, die alleen woont in de oude kerk van Sint Dimet in Mardin. Ze werd bedreigd door een lokale menigte. Die zeiden dat ze haar zouden vermoorden als ze het dorp niet zou verlaten. Het rapport stelde ook vast dat Syrisch-Orthodoxe kerken en kloosters “voortdurend werden blootgesteld aan de vernietiging van plunderaars“.