Amper 49,1 procent van de Belgische treinen reed vorig jaar op tijd, wat betekent dat ze minder dan één minuut vertraging hadden. Die dramatische cijfers brengt De Tijd. De krant kon ongepubliceerde cijfers van de NMBS inkijken.

De piekuurtreinen scoren het slechtst. ’s Ochtends tussen 6 en 9 uur rijdt 40,7 procent van de treinen op tijd, ’s avonds is dat het geval voor amper 39,7 procent. Enkel in de daluren (50,8%) en in het weekend (58,4%) rijdt meer dan een op de twee treinen stipt.

Deze cijfers staan in contrast met de stiptheidscijfers die de NMBS zelf naar buiten brengt.
Volgens de officiële, maandelijks gepubliceerde statistieken reed vorig jaar 87,2 procent van de treinen volgens de wettelijke definitie op tijd. Dat betekent dat ze met minder dan 6 minuten vertraging aankomen in het eindstation of in het eerste station van de Brusselse Noord-Zuidverbinding.

Interne berekeningen

Infrabel-woordvoerder Frédéric Petit noemt de alternatieve stiptheidscijfers, die de vertraging vanaf 1 minuut meten, “interne berekeningen’” “Het enige geldige en officiële cijfer is de norm van 5 minuten en 59 seconden“, zegt Petit aan De Tijd. Maar zelfs die officiële stiptheid gaat achteruit. Vorig jaar daalde die van 88,3 naar 87,2 procent, een pak onder de 92 procent geëist in het afgelopen beheerscontract.

De slechte stiptheid van de treinen leidt tot ergernis bij de gebruikers. Amper 60,9 procent van de ondervraagde reizigers toonde zich in 2017 tevreden over de NMBS, 5 procentpunten minder dan in 2016. Met een tevredenheid van 42 procent scoorde vooral de stiptheid van de treinen erg slecht.

Kamercommissie

Vanmiddag buigt de Kamercommissie Infrastructuur zich in een hoorzitting over de stiptheid van de treinen. De parlementsleden zullen het debat aangaan met NMBS-CEO Sophie Dutordoir en Infrabel-CEO Luc Lallemand.

In het radioprogramma De Ochtend geeft CD&V parlementslid Jef Van den Bergh alvast aan dat het beter moet. “Ik zit al meer dan tien jaar in het parlement en volg ik de NMBS. Doorheen de jaren zijn er al talloze “stiptheidsactieplannen” geweest. Vaak verwijzen NMBS en Infrabel naar derden, spoorlopers en anderen die problemen veroorzaken. Hun impact op de stiptheid van de treinen steeg de afgelopen jaren. “Doorheen de jaren lijkt die groep wat te groeien“, geeft ook Van den Bergh toe, “maar tegenover 2017 blijft dat op hetzelfde niveau. CEO’s moeten ook naar hun eigen winkel kijken.”

In 2018 liet minister van Mobiliteit François Bellot (MR) optekenen dat een verdere daling van de stiptheid “onaanvaardbaar” was“Als de tendens niet keert, zal dat binnenkort impact hebben op het loon van de topmanagers van de NMBS. Hoe minder stipt de treinen rijden, hoe minder loon zij zullen krijgen”, liet hij toen in De Standaard optekenen