Nu Turkije op het punt staat militair in te grijpen in Libië, dreigt de burgeroorlog in het land een explosieve internationale dimensie te krijgen. Maar hoe zijn we op dit punt aanbeland? In dit artikel blikken we terug op de opmerkelijke gebeurtenissen van 2011, de verpletterende verantwoordelijkheid van westerse landen – waaronder België – en de desastreuze gevolgen ervan, zoals de migratiecrisis in de Middellandse Zee.

Weet u nog, het voorjaar van 2011? De zogenaamde ‘Arabische Lente’ stak ook in Libië de kop op en ontaardde al snel in een burgeroorlog. Midden maart stond de Libische dictator Moammar al-Qadhafi op het punt om de Oostelijke kuststad Benghazi, de oorsprong en het belangrijkste centrum van het verzet, ter heroveren. Diegenen met een goed geheugen herinneren zich misschien nog hoe er in de media en bij monde van Europese regeringsleiders gewag werd gemaakt van een nakend bloedblad onder burgers of misdaden tegen de mensheid. Op 17 maart vaardigde de VN-Veiligheidsraad – dankzij onthoudingen van onder meer Rusland en China – Resolutie 1973 uit. Die resolutie machtigde VN-lidstaten een vliegverbod boven Libië in te stellen en “alle nodige maatregelen” te treffen om aanvallen op burgers te voorkomen. Nog geen twee dagen later begon een NAVO-coalitie – met inbegrip van Belgische F-16’s – met bombardementen tegen Libië.

Roekeloze Franse vlucht vooruit

In de weken voorafgaand aan de stemming voltrok zich een opmerkelijk schouwspel. Eind februari en begin maart leek het regime van al-Qadhafi een kort leven beschoren. Leden van zijn regering en leger liepen massaal over naar de opstandelingen. Grote delen van het land, met inbegrip van vele belangrijke steden, kwamen in handen van de opstandelingen. 

Westerse landen, met Frankrijk op kop, kozen eieren voor hun geld en besloten snel te handelen om hun lucratieve olieconcessies veilig te stellen. De Franse neoconservatieve filosoof Bernard-Henri Lévy trok in het begin van maart 2011 naar Benghazi om daar te onderhandelen over internationale erkenning van de rebellen. Dit wederzijds gelobby mondde uit in een erkenning van de nieuwe regering door Frankrijk. Niet veel later volgden de andere westerse landen.

Al snel bleek echter dat de Fransen te vroeg geschakeld hadden. In de dagen die op de erkenning volgden leek het kamp van al-Qadhafi terug recht te krabbelen. Het Libische leger heroverde de ene na de andere stad, tot het aan de poorten van Benghazi stond. Toen bleek dat men op het verkeerde paard gewed had, leek er niets anders op te zitten dan over te gaan tot een militaire interventie.

Met westerse luchtsteun werd de situatie in Libië in het voordeel van de opstandelingen beslecht. Eind augustus 2011 viel Tripoli in handen van de rebellen. Eind oktober viel Sirte, de geboorteplaats van al-Qadhafi. Op 20 oktober werd de voormalige leider van Libië gevat in een afvoerpijp. Beelden waarin te zien was hoe hij smeekte om zijn leven, terwijl hij geslagen werd en gesodomiseerd werd met een bajonet – alvorens afgeknald te worden, gingen de wereld rond. “We kwamen, we zagen, hij stierf”, juichte een psychopathische Hillary Clinton (Dem.).

Een regimewisseloorlog met rampzalige gevolgen

Wat aanvankelijk verkocht werd als een missie om burgers te beschermen, mondde al snel uit op een regimewisseloorlog. De situatie in Libië wordt vaak verkeerdelijk voorgesteld als een revolutie of volksopstand die nadien ontaardde in een burgeroorlog. In feite ging het van meet af aan om een burgeroorlog. Een onderzoekscommissie van het Britse Parlement stelde in 2016 vast dat er geen grondige analyse werd uitgevoerd naar de aard van de opstand in Libië. Dezelfde commissie concludeerde dat de vermeende dreiging van een bloedbad tegen de burgerbevolking sterk overdreven was. Daarnaast zou de aanwezigheid van islamitische extremisten onder de rebellen ‘onderschat’ zijn. 

De gevolgen van de interventie zijn intussen niet te overzien. De burgeroorlog duurde voort en zit vandaag in een zoveelste fase. Islamisten, waaronder ook al-Qaeda en de Islamitische Staat, staken hun kop op. In 2012 voerde het salafistische Ansar al-Sharia een aanval uit op de Amerikaanse ambassade in Benghazi, waarbij de Amerikaanse ambassadeur omkwam. Economisch ligt het Noord-Afrikaanse land in puin. Het eigengereide NAVO-optreden, dat de oorspronkelijke doelstellingen ver overschreed en uitmondde op een regimewisseloorlog, zorgde voor een bevestiging en bestendiging van het reeds bestaande wantrouwen van Rusland tegenover het Westen.

Meer nog, de migratiechaos in de Middellandse Zee is een rechtstreeks gevolg van de gebeurtenissen in 2011. Libië gold reeds voor de interventie als belangrijke toegangspoort tot Europa voor Afrikaanse migranten. In ruil voor Italiaanse steun probeerde de Libische kustwacht – net als vandaag – vertrekkende bootjes tegen te houden. “Morgen is Europa misschien niet meer Europees en zelfs zwart, want er zijn miljoenen mensen die binnen willen komen. We weten niet of Europa een geavanceerd en verenigd continent zal blijven of dat het zal worden vernietigd, zoals bij de barbaarse invasies is gebeurd”, zei al-Qadhafi ongeveer een half jaar voor de opstand. Toen de situatie in Libië escaleerde werd de poort naar Europa de facto opgeblazen.

Erdogan geeft conflict gevaarlijke internationale dimensie in 2020

Bijna negen jaar later is er nog altijd geen eind in zicht voor de chaos in Libië. Momenteel vechten in Libië twee rivaliserende regeringen om de macht. De regering in Tripoli wordt geleid door Fayez al-Serraj en wordt door de Verenigde Naties, een groot deel van het Westen, Turkije en Qatar gesteund. De regering in Tobroek is verbonden met generaal Khalifa Haftar en wordt gesteund Rusland, Egypte, de Verenigde Arabische Emiraten (VAE) en Jordanië. De afgelopen maanden veroverde Haftar grote delen van het land. Momenteel vechten zijn troepen in de voorsteden van Tripoli.

In november sloot Ankara twee afzonderlijke overeenkomsten met de regering in Tripoli, één over veiligheid en militaire samenwerking en een ander akkoord over maritieme grenzen in het oosten van de Middellandse Zee. Dat laatste akkoord zette kwaad bloed bij andere landen in de regio zoals Griekenland en Egypte. Volgens de Griekse regering doorkruist deze de Griekse territoriale wateren. Zo zou de corridor wel erg dicht langs enkele Griekse eilanden passeren. Daarnaast vreest men dat de zeecorridor toekomstige olie- of gaspijpleidingen vanuit landen in het Oosten van de Middellandse Zee – zoals Egypte, Cyprus, Israël – kan blokkeren. 

Net nu het conflict in het voordeel van Haftar beslecht leek te worden, kondigde Turkse president Recep Tayyip Erdogan (AKP) aan dat Turkije deze maand waarschijnlijk troepen naar Libië zal sturen. Volgens Syrische bronnen zouden er reeds 300 Syrische rebellen, waaronder die van de Turkmeense ‘Sultan Murad Divisie’, naar Libië vertrokken zijn. Deze Syrische rebellen fungeerden ook als grondtroepen in het recente Turkse offensief in Noord-Syrië.

Daarmee dreigt het conflict in Libië in 2020 een gevaarlijke internationale dimensie te krijgen. Beide partijen krijgen reeds buitenlandse luchtsteun. Haftar gebruikt drones uit de Verenigde Arabische Emiraten. Ook zouden Russische huurlingen zijn offensief ondersteunen. Zelfs binnen het westerse kamp ontstaan er spanningen door de situatie in het land. Vorig jaar ruzieden Rome en Parijs – dat goede betrekkingen onderhoudt met de Haftar – nog over de houding die de Europese Unie moest aannemen tegenover de Libische krijgsheer.