“Tout va très bien, madame la marquise” is een Frans chanson uit de vorige eeuw waarin een butler zijn bazin verzekert dat alles gesmeerd loopt tijdens haar afwezigheid… tot het een na het ander lijk uit de kast rolt. Het verhaal doet sterk denken aan de Franse president Emmanuel Macron die publiek verklaart dat de Franse economie voortreffelijk loopt, tot men wat meer tijd neemt om de werkelijke situatie te overschouwen.

Op het eerste zicht kan Macron mooie resultaten voorleggen. De economische groei zal in 2019 op 1,2% afklokken, een stuk hoger dan Duitsland, dat met een recessie flirt. Voor het eerst sinds 2004 zal Frankrijk het meest bijdragen aan de groei van de Europese economie. De traditioneel hoge werkloosheid zakt tot ongeveer 8,5%, terwijl ook meer Fransen een voltijdse job vinden. De koopkracht van de Franse burger stijgt, waardoor de private consumptie eveneens groeit. Ruim vijf miljard euro belastingverlaging voedt het optimisme. 

Bijkomend heeft de Franse regering ervoor gekozen om de overheidsconsumptie op te schroeven. De acties van de gele hesjes lijken de Franse economie niet te schaden. Het Britse zakenblad ‘The Economist’ noemde Frankrijk zelfs het enige lichtpuntje in de Europese economie. Is Macron de economische wonderdokter waarnaar onze zuiderburen al decennialang snakken? 

Ongeveer een jaar geleden stelde Geert Noels nochtans in het economisch dagblad ‘De Tijd’ dat Italië een sterkere economie heeft dan Frankrijk. Hij verwees daarbij ten eerste naar de belabberde overheidsfinanciën van onze zuiderburen. De Maasrichtnorm wordt in Parijs al sinds mensenheugenis met de voeten getreden, maar zelfs in Brussel raakt het geduld stilaan op.

Het paaien van straatprotest met zowel belastingverlagingen als extra overheidsuitgaven weegt op de begroting. Vandaar dat de Franse overheidsschuld boven de 100% van het bruto binnenlands product (BBP) dreigt uit te komen. Ook het begrotingstekort voor 2019 zal de 3%-grens niet halen. 

Europese Unie

Macron voert graag het hoge woord tijdens de Europese topvergaderingen. Met bluf en de nodige welwillendheid vanuit de Europese Commissie geniet Frankrijk voorlopig nog een voorkeursbehandeling. De vorige Italiaanse regering met Lega Nord als regeringspartner kon op minder mededogen rekenen vanuit Brussel. Voor de bühne tracht Europa Macron-kritische stemmen te sussen door haar goodwill te koppelen aan de noodzaak tot hervormingen. Maar de Franse president is gevoelig voor belangengroepen die keet schoppen. Ziekenhuizen, politie, gele hesjes,… alle mochten ze proeven van 17 miljard euro lekkers. 

De lakmoesproef wordt de geplande pensioenhervorming. Het massale straatprotest en de lage presidentiële populariteit doet alvast niet veel goeds vermoeden inzake de standvastigheid van het Elysée. De onzekere uitkomst over het debat zorgt ervoor dat Monsieur Tout-le-monde (de Franse versie van Jan Modaal) de vinger aan de knip houdt. Hij consumeert niet elke euro die hij extra verdient en tempert zo de economische groei. 

Oosterbuur

Een vergelijking met haar machtige oosterbuur dringt zich op. Diezelfde Geert Noels wijst erop dat 15 jaar geleden Frankrijk en Duitsland nog aan elkaar gewaagd waren. De werkloosheid lag even hoog en beide industrieën waren gelijkwaardig. Vandaag ligt de werkloosheid in Frankrijk dubbel zo hoog en heeft Frankrijk danig aan concurrentiekracht verloren. Sinds 2006 is de Duitse economie 26,2% sneller gegroeid dan de Franse. Eén Franse zwaluw maakt dus de lente niet, zeker niet gezien economen menen dat de opleving van korte duur zal zijn.

Het gebrek aan concurrentievermogen heeft ervoor gezorgd dat de Franse economie meer op zichzelf is gericht. Terwijl Duitsland hinder ondervindt van de wereldwijde groeivertraging en handelsconflicten, is Parijs beter beschermd. De keerzijde van de medaille is evenwel dat Frankrijk minder dan Duitsland zal profiteren wanneer de wereldeconomie weer op volle toeren zal draaien en de Brexit verteerd zal zijn.

Structureel

Maar ook structureel zit het Frankrijk niet mee. Frankrijk is centraal georganiseerd en sociologen zoals Christophe Guilluy wijzen op de groeiende divergentie tussen stad en platteland. Haal Parijs uit de economische statistieken en het valt op hoe triestig het BBP per capita uitvalt. Bovendien zorgt de torenhoge fiscaliteit ervoor dat er langs die zijde geen ruimte meer overblijft om haar chronisch overheidstekort te saneren.

Het militante karakter van de Franse burger deed menig Frans politicus huiveren om de hakbijl te zetten in de overheidsuitgaven. Visionaire politici als oud-president François Mitterrand wisten dat enkel Europa kon dienen als reddingsboei om niet financieel te verzuipen. Dankzij de Europese Centrale Bank krijgt het nog honderden miljarden staatsobligaties verkocht aan een absurd lage rente. Maar wanneer de financiële markten, of andere Europese regeringen, beslissen dat het genoeg is, dreigt een catastrofe waartegen het Griekse drama van jaren geleden klein bier is in vergelijking. Macron’s grootspraak is daarom niet anders dan bluf. De Franse keizer draagt geen kleren en het is wachten op de eerste moedige politicus om die ongemakkelijke waarheid op te werpen.