Eddy Desmet, de voormalige schooldirecteur die in 2015 N-VA’ers vergeleek met nazi’s, krijgt zijn directeursfunctie niet terug. De Raad van State besliste dit maandag. Dat meldt De Morgen. 

In september 2015 zond Desmet, destijds nog directeur van de Decrolyschool in Ronse, een mail naar Vlaams minister van Gelijke Kansen Liesbeth Homans (N-VA). In de mail stonden heftige zaken. N-VA’ers waren volgens de directeur niet langer welkom op zijn school, zo impliceerde hij. Verder vergeleek Desmet leden van de Vlaams-nationalistische partij met de nazi’s. 

“Ze doen me denken aan Gestapo’ers (geheime politie in nazi-Duitsland, red.)”, zo schreef Desmet in de mail over N-VA’ers. N-VA-politici waren volgens de schooldirecteur “nazi’s en afgietsels van oorlogsmisdadigers” en N-VA-voorzitter Bart De Wever “mist enkel nog een Hitler-snorretje”, zo luidde het. Maar de mail liep verkeerd af voor Desmet. Homans maakte de inhoud van de mail gewoonweg openbaar. Hierdoor zag Desmet zich verplicht om publiekelijk zijn excuses aan te bieden. GO! schorste de Desmet toch en nam later zelfs zijn rang van directeur af.

Eind 2015 dienden drie leden van de N-VA Ronse een klacht in wegens laster en eerroof, maar de rechtbank in Oudenaarde sprak de man eind vorig jaar vrij en er kwam geen beroep.

Stapte zelf naar Raad van State

De voormalige directeur stapte na de heisa naar de Raad van State tegen de beslissing van het Gemeenschapsonderwijs, die hem in 2016 de tuchtstraf van ‘terugzetting in rang’ oplegde. De Raad van State geeft hem nu echter ongelijk en verwerpt zijn beroep, waardoor hij zijn directeursfunctie niet terugkrijgt. 

De rechtbank spaart de voormalige directeur niet. “Uit de feiten is gebleken dat hij zijn afkeer niet kan overstijgen en ze hem brengt tot uitspraken die een van de grondregels die zijn functie beheersen terzijde schuiven”, staat in het arrest te lezen.

Vrijheid van meningsuiting

Desmet klaagde tegen de Raad van State dat zijn vrijheid van meningsuiting geschonden werd. De Raad van State verwerpt dat argument en draaide het zelfs om. Het was net de voormalige schooldirecteur die dat grondrecht in gedrang bracht volgens het Hof: “Het recht op vrije meningsuiting is bijgevolg – en zeker voor een persoon in openbare dienst – niet het absolute recht dat verzoeker voor zich opeist. Daarbij wordt nog bedacht dat aangezien de grondrechten er in de eerste plaats toe strekken de rechten van de mens te beschermen tegen machtsmisbruik vanwege overheidsinstellingen, niet toegestaan kan worden dat een ambtenaar van de openbare diensten, zoals een leerkracht in het officieel onderwijs, een grondrecht aanvoert ter rechtvaardiging van de schending van de grondrechten en de fundamentele vrijheden van de burgers, in casu van de leerlingen en hun ouders”, stelt de beslissing.

Het arrest beklemtoont dat de voormalige directeur zwaarder gestraft kon worden. “Om het volgens de kamer van beroep op grond van de feiten noodzakelijke tuchtdoel te bereiken, namelijk dat verzoeker van zijn ambt van directeur ‘weggehouden moet worden’, heeft zij immers gekozen voor de terugzetting in rang. Dat is de lichtste sanctie die zij in het tuchtarsenaal ter beschikking heeft staan om dat doel te verwezenlijken, naast de zwaardere straffen van het ontslag en de afzetting.”