De Europese Unie (EU) geeft miljoenen uit om de migratie vanuit Eritrea tegen gaan. Zo vloeide er vorig jaar 20 miljoen euro naar het repressieve land, dat bekend staat als het ‘Noord-Korea van Afrika’. Het geld werd onder meer gebruikt in infrastructuurwerken waarvoor dwangarbeid werd ingezet. Dat schrijft The New York Times. In december besloot Brussel om het land nog eens 95 miljoen euro te geven.

Het geld komt van een EU-fonds ter waarde van 4,6 miljard euro, bestemd voor Afrika. Het geld moet “de dieperliggende oorzaken van migratie aanpakken”, lees: de situatie in de Afrikaanse landen verbeteren zodat er minder mensen naar Europa vertrekken. In het geval Eritrea lijkt het geld echter weinig zoden aan de dijk te zetten. Nog altijd vertrekken Eritreeërs massaal naar Europa. In de meeste gevallen worden hun asielaanvragen ook effectief goedgekeurd.

EU-subsidies voor dwangarbeid

Omdat het fonds als ‘noodfinanciering’ bestempeld werd, wordt er weinig toezicht gehouden op de uitgaven. Terwijl de onderhandelingen met de Eritrese overheid lopen krijgt Eritrea geld van de Europese Unie, ongeacht de resultaten van die gesprekken dus. In totaal is zo’n 200 miljoen euro uit het fonds bestemd voor Eritrea.

De EU heeft vorig jaar 20 miljoen euro aan het Oost-Afrikaanse land gegeven. Met dat geld werd apparatuur en materiaal aangekocht om een weg aan te leggen. Veel van de arbeiders op de werf bleken echter gedwongen dienstplichtigen te zijn, zo blijkt uit onderzoek van The New York Times. In december besloot Brussel om Eritrea nog eens 95 miljoen euro te geven.

‘Noord-Korea van Afrika’

Het Oost-Afrikaanse land, dat in 1991 onafhankelijk werd van Ethiopië, staat echter bekend als een van de ergste overtreders van mensenrechten in Afrika. Men noemt Eritrea weleens het ‘Noord-Korea van Afrika’. In het land is al decennia een noodtoestand van kracht. De noodtoestand gaat gepaard met een gedwongen algemene dienstplicht voor onbepaalde duur. Velen blijven tot in hun veertigste in dienst, waarbij ze allerlei karweien verrichten voor een hongerloon. De Verenigde Naties en verschillende mensenrechtenorganisaties beschouwen het systeem als dwangarbeid. De Verenigde Staten heeft al lang geleden de ontwikkelingssamenwerking met het land stopgezet.

“De EU betaalt niet voor arbeid in het kader van dit project. Het project heeft alleen betrekking op de aanschaf van materiaal en uitrusting ter ondersteuning van het herstel van de wegen”, klinkt het in een reactie van de Europese Commissie. De Commissie beweert “in het bijzonder er op toe te zien dat de minimumnormen voor de gezondheid en veiligheid van de werknemers die betrokken zijn bij het herstel van de wegen worden gewaarborgd”. Uit verder onderzoek van The New York Times blijkt echter dat er zo goed als geen buitenlandse controle op het project is, maar dat de werken worden gecontroleerd door de Eritrese overheid zelf.