De regering van de Britse premier Boris Johnson (Con.) gaat het Britse minimumloon gevoelig verhogen. De stijging bedraagt 6,2%.

De Britse premier Boris Johnson (Con.) kondigde dinsdag een stevige verhoging van het minimumloon aan. Op 1 april stijgt het minimumloon voor werknemers boven de 25 jaar in het Verenigd Koninkrijk tot 8,72 pond – 10,33 euro – per uur. Dat is een stijging van 6,2%, oftewel vier maal de jaarlijkse inflatie in november.

Bedrijven ongerust over verhoging minimumloon

“Hard werken moet altijd lonen, maar te lang hebben mensen niet de loonsverhoging gekregen die ze verdienen”, zei Johnson. Volgens de premier gaat het om de hoogste collectieve loonsverhoging sinds het Britse minimumloon in zijn huidige vorm werd ingevoerd. Zo’n 2,8 miljoen Britten verdienen het minimumloon.

Veel bedrijven maken zich echter zorgen over de nieuwe maatregel. “Het verhogen van de lonen met meer dan het dubbele van de inflatie zal de cashflow verder onder druk zetten en de opleidings- en investeringsbudgetten aantasten. Wil dit beleid duurzaam zijn, dan moet de overheid deze kosten compenseren door andere kosten te verlagen – en een moratorium instellen op verdere kosten voor het bedrijfsleven”, klinkt het bij de Britse Kamer van Koophandel.

‘Socialer’ gelaat voor ‘Tories’

Het minimumloon was een belangrijk thema in de parlementsverkiezingen van december. Zowel Labour als de Conservatieven beloofden een verhoging. Die verkiezingen resulteerden in een verpletterende overwinning voor de ‘Tories’ van Johnson, mede dankzij overwinningen in kiesdistricten die traditioneel voor Labour stemmen. Vele van dergelijke kiesdistricten huisvesten achtergestelde voormalige mijngemeenten.

De Conservatieven hebben het imago een harde besparingspartij te zijn. De nieuwe premier probeert de partij echter een socialer gelaat te geven. Zo beloofde Johnson tijdens de campagne meer investeringen in de gezondheidszorg, politie en infrastructuur.