Immigranten zijn oververtegenwoordigd in de werkloosheidsstatistieken. Dat blijkt uit tal van onderzoeken maar komt in de mainstream media amper tot niet aan bod wegens niet politiek correct. Wij vertellen u wel de waarheid, met cijfers, en analyseren de oorzaken van dit probleem. 

In tegenstelling tot traditionele immigratielanden als Australië, de Verenigde Staten en Canada is in West-Europa diepgaander onderzoek over het uitkeringsgebruik van immigranten schaars. Resultaten uit de VS en Australië, maar ook Duitsland en Zweden – waar twee van de weinige Europese onderzoeken naar het uitkeringsgebruik van immigranten werd gedaan – wijzen allemaal in dezelfde richting: gemiddeld hebben immigranten een grotere kans op uitkeringsgebruik (Baker en Benjamin, 1995; Blau, 1984; Borjas, 2002; Borjas en Hilton, 1996; Borjas en Trejo, 1991, 1993; Hammarstedt, 2000; Hansen en Lofstrom,2003; Maani, 1993; Riphahn, 1998).

Immigranten oververtegenwoordigd

Klopt die conclusie ook in België? Als we naar de cijfers kijken die voorhande zijn, absoluut wel. Meer zelfs, België behoort tot de slechtste leerlingen van de Europese klas wat betreft werkloosheid bij immigranten en allochtonen. Van de niet-EU-immigranten tussen 20 en 64 jaar in België is amper 52 procent aan de slag. In de hele EU scoren we daarmee het slechtst: in Frankrijk gaat het om 55 procent, in Nederland om 60 procent, in Duitsland om 64 procent. De gemiddelde werkgelegenheidsgraad van niet-EU-immigranten in Europa is 63 procent. Ook bij jongeren is er een groot verschil tussen autochtonen en niet-EU immigranten. We moeten de feiten onder ogen durven zien”, stelt socioloog Mark Elchardus daaromtrent. “In de studie waar ik nu aan werk, zien we de cijfers. Van de niet-moslims heeft 84 procent van de 25- tot 35-jarigen een baan. Bij de moslims is dat 43 procent.” De verschillen manifesteren zich het sterkst in onze grootsteden. In steden zoals Antwerpen, Gent en Brussel is de oververtegenwoordiging van allochtonen in de werkloosheidsstatistieken afgetekend. Van alle werkloze ‘werkzoekenden’ (men moet officieel werkzoekend zijn om een werkloosheidsuitkering te onvangen) in het district Antwerpen heeft op dit moment bijna 75% een migratieachtergrond. In Gent is de helft van de beroepsbevolking van buitenlandse origine werkloos. 

Als we een blik werpen op de statistieken van leefloners in België, wordt het probleem van allochtone oververtegenwoordiging nog duidelijker. Het verschil tussen een leefloon en een werkloosheidsuitkering is dat er voor een leefloon nauwelijks beperkingen bestaan. Om in aanmerking te komen voor een werkloosheidsuitkering moet men bijvoorbeeld een bepaald aantal dagen gewerkt hebben in loondienst, voor een leefloon geldt dat criterium niet. Een leefloon kan men verkrijgen wanneer men niet over voldoende inkomsten beschikt en het in werkelijkheid enige criteria dat daarvoor bestaat is het hebben van een verblijfplaats in België. Veel meer mensen hebben dus toegang tot het sociaal vangnet in de vorm van een leefloon, wat ook te zien is in de cijfers van het aantal migranten en allochtonen dat ervan gebruik maakt. In Antwerpen bijvoorbeeld trekt bijna 1 op 5 niet-EU allochtonen een leefloon. Maar liefst 70% van de leefloners in ons land is van buitenlandse origine, 30% heeft de Belgische nationaliteit niet. In Brussel loop het aantal leefloners van vreemde origine toe tot 90%, in Brusselse randgemeenten als Molenbeek en Sint-Joost-Ten-Node zelfs tot (bijna) 100%. Meer en meer nieuwkomers maken gebruik van de mogelijkheid tot het verkrijgen van een leefloon, wat volgens experts na verloop van tijd zal zorgen voor een onhoudbare druk op ons sociaal vangnet. “Vroeger was het leefloon vooral het allerlaatste vangnet voor Belgen. Voor nieuwkomers is het vaak hun eerste opstap”, aldus armoede-onderzoeker Wim Van Lancker. Professor Bea Cantillon van de UAntwerpen: “Zeker in de grote steden, groeit het aan tal leefloners de OCMW’s boven het hoofd. De individuele begeleiding was nooit voorzien op zo’n grote groep.Het is misschien vloeken in de kerk, maar we moeten durven nadenken over een bijstand light, tussen het OCMW en de sociale zekerheid in.“

Oorzaken?

Hoe komt het dat allochtonen en/of migranten opvallend vaker werkloos zijn en bijgevolg onevenredig veel gebruik maken van ons sociaal vangnet? Het opleidingsniveau is de belangrijkste determinant, zo blijkt uit een rapport van de Hoge Raad voor de Werkgelegenheid. Het opleidingsniveau van niet-westerse immigranten ligt bijzonder laag. Van de laagopgeleide werklozen in Antwerpen bijvoorbeeld is bijna 70% van buitenlandse origine, in Gent is dat net geen 62%. Het Münchense IFO-institut für Witschaftsfotschung deed recent onderzoek naar opleidingsniveau bij immigranten. Uit die studie blijkt dat een diploma lager middelbaar het hoogst behaalde diploma is van ongeveer de helft van de niet-EU-immigranten die Europa verwelkomt. Maar liefst 16% is zelfs volstrekt analfabeet. Alarmerende resultaten die werden doodgezwegen om het politiek correcte dogma dat Europa de zogenaamd hoogopgeleide migranten uit het Midden-Oosten en Afrika nodig heeft niet tegen te spreken.

Een tweede bepalende factor is taal. De Nederlandse taal wordt alsmaar minder gesproken bij gezinnen in Vlaanderen. Bij bijna de helft van de scholieren in Antwerpen is een andere taal dan het Nederlands de thuistaal. In Gent, Genk en Mechelen spreekt tussen de 23% en 28% van de scholieren geen Nederlands thuis. Bovendien zien we dat het opleidingsniveau en de taal, de twee belangrijkste oorzaken van werkloosheid, ook onderling een sterk verband hebben en op die manier elkaar versterken. We bekijken het Gentse onderwijs ter illustratie. In het beroepsonderwijs spreekt bijna 50% thuis geen Nederlands, in het ASO is dat nog geen 16%. Daarnaast hebben ook de kenmerken en cultuur (dat ook een sterk verband heeft op opleidingsniveau) van de immigranten een grote invloed op de integratie op de arbeidsmarkt. Ten opzichte van het EU-gemiddelde, trekt België verhoudingsgewijs meer niet-EU-immigranten aan die naar ons land komen in het kader van een gezinshereniging of om humanitaire redenen. Zij hebben gemiddeld lagere opleidingen en belanden bijgevolg makkelijker in de werkloosheid.

Maar ook de rol van vrouwen binnen bepaalde culturen speelt een belangrijke rol. Opvallend weinig vrouwen van buitenlandse origine hebben een job in Vlaanderen. Amper 34 procent, zo tonen cijfers van de Lokale Inburgerings- en Integratiemonitor aan. De werkgelegenheidsgraad ligt vooral lager bij vrouwen afkomstig uit de Maghreb, Turkije, het Nabije Oosten en het Midden-Oosten. Veel vrouwen uit die gebieden hebben geen baan en zijn er ook niet naar op zoek. “Waar wij het gewoon zijn dat beide ouders gaan werken, vinden Turkse en Marokkaanse vrouwen het minstens even belangrijk om voor de kinderen te zorgen”, aldus sociologe Jill Coenen.