Door een toename van het geweld tussen allochtone drugsbendes zijn het aantal bomaanslagen in Zweden het afgelopen jaar met 60 procent gestegen. Dat blijkt uit cijfers van de Zweedse overheid.

Zweden heeft de laatste jaren te kampen met explosie aan schietpartijen en bom- en granaataanslagen. Het geweld vloeit voort uit een oorlog tussen allochtone drugsbendes. Uit cijfers van de Zweedse Nationale Raad voor Misdaadpreventie blijkt dat er vorig jaar melding gemaakt werd van 257 bomaanslagen, tegenover 162 vorig jaar. Dat is een stijging van 60 procent. Over het geheel genomen is de misdaad volgens de cijfers wel lichtjes gedaald.

Verontwaardiging over bomaanslagen

Er heerst veel verontwaardiging over de geweldgolf in Zweden, dat lange tijd als een van de veiligste landen ter wereld beschouwd werd. De Zweedse regering komt nu met een actieplan om de georganiseerde misdaad te bestrijden. De Zweedse politie maakt gewag van ongeveer 60 ‘achtergestelde gebieden’ waar men extra wil optreden. Dat zijn plekken met een hoge werkloosheid en lage inkomens waar drugsbendes actief zijn. 

De Zweedse sociaaldemocratische premier Stefan Löfven wil geen commentaar geven op de cijfers. In november gaf hij nog aan geen verband te zien tussen immigratie en de geweldgolf, hoewel de meeste daders een migratieachtergrond hebben.

“De reden voor de segregatie is dat de werkgelegenheid en de werkloosheid in deze gebieden te laag en te hoog zijn. Maar dat zou hetzelfde zijn, ongeacht wie er zou wonen. Als je mensen die in Zweden geboren zijn onder dezelfde omstandigheden plaatst, krijg je hetzelfde resultaat”, zei Löfven toen.