In het licht van het nieuwe spoorvervoerplan heeft het Waals gewest een verlanglijstje doorgezonden naar de NMBS. Dat bracht l’Avenir. Wallonië lijkt wel heel erg veel te eisen. De N-VA vindt dit onredelijk en roept op tot een regionale inrichting van het spoorplan. 

Philippe Henry (Ecolo), minister van Mobiliteit in het Waals gewest, heeft zijn wensen overgemaakt aan de NMBS. En die zijn nogal uitgebreid. Zo lezen we in de verlanglijst: een uitbreiding van het aanbod op de grote lijnen, een uitbreiding van het aanbod in en rond Brussel en een uitbreiding van het aanbod op de grensovergangen.

Verder wil het Waals gewest een minimumcirculatie van één trein per uur in elke richting voor elk station en elke halte. Ook een betere en meer frequente dienstregeling staat op het verlanglijstje. Dit wil het gewest bekomen via een uitbreiding van het aanbod ’s ochtends, een uitbreiding van het aanbod ’s avonds en een meer leesbaar aanbod.
Dat alles moet bovendien ondersteund worden met de “noodzakelijke investeringen”.

N-VA wil regionaliseren

Die eisenbundel is in het verkeerde keelgat geschoten bij de N-VA. “Uitgerekend op Sinterklaas legt Wallonië een verlanglijstje neer dat overeenkomt met de complete catalogussen van Dreamland, Fun en Bart Smit samen. De Waalse regering vraagt dus gewoon alles. Dat is nogal makkelijk wanneer een ander er voor betaalt” zegt Tomas Roggeman, die daarover de federale regering wil ondervragen.

Hij wijst er op dat de ceo van Infrabel, Luc Lallemand, nog maar 2 weken geleden in het federaal parlement kwam vertellen dat veel Waalse spoorverbindingen amper gebruikt worden en handenvol geld kosten. De topman van Infrabel zei toen over de lege treinen in Wallonië. “Een trein is niet gemaakt om vijftien mensen te vervoeren van het ene dorp naar het andere. Persoonlijk ken ik geen beter voorbeeld van verspilling van overheidsgeld.”

Roggeman roept daarom op tot een regionalisering. “Dat de gewesten inspraak krijgen bij het vervoersplan is logisch. Zij zijn namelijk verantwoordelijk voor het mobiliteitsbeleid. Nog beter zou zijn dat de organisatie dit reflecteert, met een afzonderlijk vervoersplan voor Vlaanderen en Wallonië. De spoornetten zijn al in grote mate van elkaar afgezonderd, met enkel Brussel als grote verbinding tussen de twee takken. Op termijn kunnen de gewesten dan de kosten dragen voor de dienstverlening die ze zelf vragen”.