De Vlaamse overheid wil dat ambtenaren bij de verwijzing naar personen van buitenlandse origine helemaal niet meer verwijzen naar persoonskenmerken die met huidskleur of afkomst te maken hebben. “Ambtenaren moeten tijdens hun communicatie met de buitenwereld beseffen dat taal gevoelig is”, aldus minister van Gelijke Kansen Bart Somers (Open Vld). 

Het Vlaams Gelijkekansen- en Diversiteitsplan 2020 omvat enkele specifieke adviezen en richtlijnen in verband met woordgebruik in de context van multiculturaliteit en diversiteit. Door middel van neutraler woordgebruik bij het benoemen van mensen van buitenlandse origine moeten we immers polarisatie tegengaan, vindt bevoegd minister van Gelijke Kansen Bart Somers (Open Vld).

Niet meer verwijzen naar afkomst

Eén van die richtlijnen gaat over het gebruik van het woord neger of negerin om mensen met Afrikaanse roots aan te duiden. “De woorden neger en negerin worden als minachtend en discriminerend ervaren”, klinkt het vanuit de Vlaamse overheid. “Bij de verwijzing naar personen maakt u de formulering nog neutraler door helemaal niet te verwijzen naar persoonskenmerken die met huidskleur of afkomst verband houden.” 

De woorden ‘zwarte’ of ‘persoon met Afrikaanse roots’ kunnen nog net door de beugel, maar worden ook beter niet gebruikt. Ambtenaren van de Vlaamse overheid moeten zeker een zo neutraal mogelijk woordgebruik hanteren bij het spreken over mensen van buitenlandse origine. Zij vermelden die origine dus gewoon beter niet. “Ambtenaren moeten tijdens hun communicatie met de buitenwereld beseffen dat taal gevoelig is”, aldus Somers.