De Britse premier Boris Johnson (Con.) wil zijn parlementaire meerderheid gebruiken om een verlenging van de overgangsperiode van de Brexit voorbij 2020 wettelijk te verbieden.

Dit najaar stemde het Britse Lagerhuis – tegen de wil van premier Boris Johnson (Con.) in – een wet om een Brexit zonder akkoord onmogelijk te maken. Volgens Johnson werd zijn onderhandelingspositie op die manier ondergraven. Nu hij echter over de nodige meerderheid beschikt, wil hij dezelfde truc toepassen om het omgekeerde te doen. De Britse premier wil zijn parlementaire meerderheid gebruiken om een verlenging van de overgangsperiode van de Brexit na 2020 te verbieden.

Overgangsperiode

“Ons verkiezingsprogramma maakte duidelijk dat we de overgangsperiode niet zullen verlengen en dat het nieuwe wetsvoorstel voor de terugtrekkingsovereenkomst de regering wettelijk verbiedt om in te stemmen met een verlenging”, klinkt het binnen de regering van Johnson. 

Nadat het Verenigd Koninkrijk formeel uit de Europese Unie vertrekt op 31 januari 2020, gaat een overgangsperiode in waarin het VK de facto nog lid blijft van de EU. In die periode moeten beide partijen een akkoord sluiten over hun toekomstige relatie. Een van de belangrijkste dingen die in die periode onderhandelt dient te worden is een alomvattend handelsakkoord.

De overgangsperiode niet verlengen was een belangrijke verkiezingsbelofte van Johnson. Tegelijkertijd wil hij de EU zo onder druk zetten om zo snel mogelijk een handelsakkoord rond te krijgen. Johnson en Voorzitter van de Europese Commissie Ursula von Der Leyen (EVP) gingen dinsdag in een telefoongesprek akkoord om met “veel energie” aan een deal te werken.