De Britse premier Boris Johnson (Con.) bezocht zaterdag enkele voormalige Labour-bolwerken in Noord-Engeland die overgingen naar de Conservatieven. Daar beloofde hij zijn nieuwe kiezers dat hij hun vertrouwen niet zou schaden.

De Britse premier Boris Johnson (Con.) behaalde donderdag de grootste verkiezingsoverwinning voor zijn Conservatieve Partij sinds Margaret Thatcher in 1987. Een groot deel van die winst was te danken aan het slopen van de zogenaamde ‘rode muur’ in het noorden van Engeland. Het gaat om achtergestelde kiesdistricten die traditioneel op het linkse Labour stemmen, maar tijdens het Brexit-referendum ook voor het vertrek uit de Europese Unie kozen.

Boris: “We zullen jullie vertrouwen niet schaden”

Johnson bezocht zaterdag enkele van die kiesdistricten, om de nieuwe kiezers te bedanken voor hun steun. “Ik weet dat mensen de stemgewoonten van generaties hebben doorbroken om op ons te stemmen. Ik wil dat de mensen in het noordoosten weten dat wij in de Conservatieve Partij, en ik, jullie vertrouwen niet zullen schaden”, zei Johnson in Sedgefield, het kiesdistrict dat ooit aan de voormalige Labour-premier Tony Blair toebehoorde.

“Wat een ongelooflijk iets dat jullie hebben gedaan, jullie hebben het politieke landschap veranderd, jullie hebben de Conservatieve Partij ten goede veranderd en jullie hebben de toekomst van ons land ten goede veranderd”, aldus Johnson. “Allereerst, wat gaan we doen om dat vertrouwen terug te betalen? We gaan Brexit voor elkaar krijgen.”

“Wanneer wij naar Westminster gaan en wij met ons werk beginnen, onthoud dan dat wij niet de meesters zijn, wij zijn de dienaars nu en onze baan is de mensen van dit land te dienen en onze prioriteiten waar te maken. En onze prioriteiten en hun prioriteiten zijn dezelfde”, zo citeerde Johnson Blair.