Een Brusselse kortgedingrechter heeft gisteren beslist dat de Belgische staat verplicht is om 10 kinderen van Syriëstrijders terug naar ons land te halen. Minister van Justitie Koen Geens (CD&V) stelt vandaag in De Ochtend dat de regering waarschijnlijk in beroep zal gaan tegen dat vonnis omdat we al vrijwillig IS-kinderen repatriëren. 

Nu terreurgroep Islamitische Staat bijna al haar grondgebied in Syrië en Irak verloren heeft, willen alsmaar meer IS-vrouwen met hun kinderen terug naar Europa komen. Ze reisden enkele jaren geleden af naar IS-gebied, maar vinden alsnog dat Europese landen de verantwoordelijkheid hebben om hen terug te halen. In heel Europa woedt het debat over de vraag of Europese landen dat al dan niet moeten doen.

Verplicht 10 IS-kinderen terughalen

Gisteren verplichtte een Brusselse kortgedingrechter de Belgische staat om 10 kinderen van IS-strijders vanuit Syrië en Irak terug te halen naar ons land. De federale regering zal naar alle waarschijnlijkheid in beroep gaan tegen die beslissing. “We hebben de gewoonte om tegen dat soort beslissingen in beroep te gaan”, aldus bevoegd minister Koen Geens (CD&V) vanmorgen in radioprogramma ‘De Ochtend’.

Geens benadrukt dat de regering niet zozeer tegen het repatriëren van IS-kinderen is, maar dat ze dit al vrijwillig doen en dus geen rechterlijke dwang nodig hebben. “Dat kinderen beneden de tien kunnen gerepatrieerd worden is een beslissing die al zeer oud is en die we al bij herhaling zelf hebben uitgevoerd, zonder rechterlijke dwang”, aldus de minister nog. 

Kinderrechtencommissaris Caroline Vrijens hoopt dat ons land niet in beroep gaat en snel werk maakt van het terughalen van de IS-kinderen. “Volgens de laatste cijfers waarover wij beschikken zitten in de kampen nog een 40-tal kinderen”, klinkt het. “De situatie is zeer acuut. Er is geen tijd. Elke dag dat er langer gewacht wordt, is een potentieel risico.