Stijn Baert, professor Arbeidseconomie aan de Universiteit Gent, maakt in een opmerkelijk opiniestuk de gelekte nota van informateur Paul Magnette (PS) met de grond gelijk. Niet alleen zijn de recepten die Magnette voorstelt op het vlak van werk “volledig achterhaald”, ze zijn ook nog eens “compleet onverzoenbaar met het Vlaamse regeerakkoord”, schrijft hij via VRT NWS. Hij neemt zelfs de woorden “pest voor Vlaanderen” in de mond. Dat is, allicht niet-toevallig, ook de bijnaam voor de voorloper van Open Vld, de PVV (formeel de Partij van Vrijheid en Vooruitgang). De liberale deelname aan een paarsgroene regering is het gespreksonderwerp van de week geweest.

Paarsgroen ligt moeilijk in Vlaanderen, zeker nadat de twee startnota’s van PS-informateur Paul Magnette zijn gelekt. Een groot deel, of misschien zelfs het grootste deel van de Open Vld-basis, kant zich rechtuit tegen een deelname aan paarsgroen zonder N-VA. Deze ochtend duwde Kamerlid Christian Leysen (Open Vld) als eerste parlementslid ook openlijk op de rem van de paars-groene trein die de laatste dagen vertrokken leek. Leysen was overigens nagenoeg het enige kopstuk van de partij dat wou praten voor Radio 1 over het onderwerp. Als klap op de blauwe vuurpijl, of misschien stilletjesaan kruitvat, breekt arbeidseconoom Stijn Baert – graag gezien in meer liberale en pro-ondernemingskringen – de nota van Magnette vandaag volledig af met een sloopkogel van een opiniestuk.

“Pest voor Vlaanderen”

Onder de titel ‘Pest voor Vlaanderen’ hekelt Baert de voorstellen van de informateur. “Een goede grap kan geen kwaad. Dat moet ook Paul Magnette (PS) gedacht hebben toen hij zijn informateursnota van 27 november schreef. Die nota begint immers met een ‘Introduction méthodologique’, waarin hij aangeeft dat zijn nota geen poging is om convergenties tussen partijprogramma’s te zoeken, maar wel ‘evidence-based’ tot stand is gekomen”, zo start Baert zijn opinie.

Hij vervolgt: “Uit het vervolg van de nota – de grap kent een lange spanningsboog – blijkt dan exact het tegengestelde. Toch wat het domein werk, mijn expertise, betreft. Magnette gaat voorbij aan kernuitdagingen en door experts verdedigde oplossingen, maar schuift recepten naar voren die al enkele decennia zijn achterhaald door de wetenschappelijke evidentie.” 

Baert breekt nota-Magnette volledig af inzake socio-economische voorstellen en reikt drastische alternatieven aan

Volgens Baert gaat het om dezelfde recepten die de Waalse en Brusselse arbeidsmarkt hebben gemaakt tot wat ze nu zijn: een halve puinhoop en “Europese zorgenkindjes”, “met werkzaamheidsgraden die amper de 60% overstijgen”, klinkt het verder. “Dat maakt ook meteen duidelijk waar een ‘evidence-based’ beleid zou op moeten focussen. Namelijk meer inactieven richting de arbeidsmarkt brengen. Dat moet je op twee manieren doen. Ten eerste moet je werken meer laten lonen. Door een verlaging van de lasten op de laagste lonen, bijvoorbeeld. Of door uitkeringen en sociale voordelen niet (volledig) te laten wegvallen bij werkzaamheid.”

Verder vindt Baert dat in de nota amper gerept wordt over inactiviteit of het bewaken van “de instroom in de ziekteverzekering beter te bewaken”. De SWT-regeling (het voormalige brugpensioen) moet uitfaseren, klink het nog, men moet “de gelijkgestelde periodes in de pensioenopbouw [beperken]. En door de werkloosheidsuitkeringen zo te hervormen zodat ze een snelle activering, vooraleer mensen in de langdurige werkloosheid of inactiviteit verzeilen, ondersteunen.” Baert hekelt ook dat Magnette de autonomie van het sociaal overleg wil maximaliseren, terwijl dat in het verleden net tot immobiliteit heeft geleid en de staat meer impact zou moeten kunnen hebben in deze beslissingsprocessen.

Baert vraagt hierbij om het primaat van de politiek te herstellen en als overheid op voorhand een standaard-akkoord uit te werken bij sociaal overleg. Als de sociale partners het niet op een akkoord kunnen gooien, dan gaat deze ‘default’-regeling in. Harde kritiek, maar de econoom besluit nog met te zeggen dat “dit akkoord compleet onverzoenbaar [is] met het Vlaamse regeerakkoord. Ook dat gaat immers uit van een stijging van de werkzaamheidsgraad met 5 procentpunt om de begroting te doen kloppen.”