Hoewel de beslissing van Unesco over de plaats van Aalst carnaval op de werelderfgoedlijst nog moet vallen, heeft de stad zelf beslist er geen deel meer van te willen uitmaken. Dat heeft burgemeester Christoph D’Haese (N-VA) bekendgemaakt aan Het Laatste Nieuws.

Eerder dit jaar kwam de Aalsterse carnavalsgroep ‘De Vismooil’n’ onder vuur te liggen nadat ze in de carnavalsstoet paradeerden met karikaturale poppen van joden. De joodse gemeenschap reageerde furieus en diende klacht in bij het interfederale gelijkekansencentrum Unia. Ze vroegen ook de Verenigde Naties om Aalst Carnaval te schrappen van de lijst van immaterieel cultureel erfgoed. Ze kreeg tevens bijval van meer Europese Commissie, de Verenigde Naties en van slecht geïnformeerde internationale media die het gebruik van de joodse poppen veroordeelden.

Het stadsbestuur van Aalst heeft gepoogd om mensen bij Unesco in Parijs duidelijk te maken wat Aalst carnaval precies is, maar voelde aan dat hun argumenten in dovemansoren vielen. “Wij houden de eer aan onszelf en nemen afstand van de Unesco-erkenning”, aldus burgemeester D’Haese aan HLN,  “Aalstenaars hebben het gehad met de groteske verwijten. Wij zijn geen antisemieten of racisten”.

Poppen niet antisemitisch

De heisa is opmerkelijk omdat eerder bekend raakte dat de poppen al jaren meegaan in Aalst Carnaval, maar dan als andere figuren. Ze werden dus niet uitdrukkelijk gemaakt met lange neuzen om joden karikaturaal af te beelden. “Dat de Joden afgebeeld worden met de verfoeide haakneus, komt door de recyclage van de koppen”, stelde Bram De Baere, die de koppen ontwierp. Zo werd de pop vorig jaar bijvoorbeeld gebruikt als kruisvaarder om te spotten met radicale christenen. Toen werd er geen aanstoot aan genomen.