In Spanje is de centrumlinkse PSOE opnieuw de grootste partij geworden, zonder een meerderheid te halen. Het rechtsnationalistische Vox is de grote winnaar van de verkiezingen en wordt de derde partij van het land.

De centrumlinkse PSOE van premier Pedro Sanchez wordt opnieuw de grootste partij en lijkt 120 zetels te winnen, een licht verlies ten opzichte van april. Dat is nog altijd minder dan de 176 zetels die de partij nodig heeft voor een meerderheid. “Nu, wat er ook gebeurt, we zullen een progressieve regering vormen”, zei Sanchez.

Grote winnaar Vox wordt derde partij

De centrumrechtse Partido Popular (PP) gaat er op vooruit en haalt 88 zetels binnen. Partijleider Pablo Casado noemde Sanchez “de grote verliezer” van de verkiezingen. Casado zei dat er “onverenigbare” standpunten tussen de PSOE en zijn partij waren, maar sloot coalitiegesprekken tussen de twee niet uit.

Het rechtsnationalistische Vox verdubbelt zijn zetelaantal naar 52 en wordt de derde partij van Spanje. Volgens partijleider Santiago Abascal gaat het om “het grootste politieke wapenfeit in Spanje”. “Slechts 11 maanden geleden, zaten we niet eens in een regionaal parlement. Vandaag de dag zijn wij de op twee na grootste partij in Spanje en de partij die het meest gegroeid is in stemmen en zetels”, klinkt het. Hij beloofde de “progressieve dictatuur” te bestrijden.

Liberalen en radicaal-links krijgen klappen 

Het radicaal-linkse Podemos en de rechtsliberale Ciudadanos (C’s) krijgen dan weer klappen. Podemos valt terug van 42 naar 35 zetels. Voor C’s is de klap bijzonder zwaar. De partij valt van 57 naar 10 zetels.

Bij de vorige verkiezingen in april kwamen de socialisten ook als grootste partij uit de bus, zonder een meerderheid te halen. Nadien lukte het premier Sanchez niet om een regering te vormen. Sinds 2015 kalven de twee traditionele partijen – PP en PSOE – in Spanje af, waardoor het moeilijk is geworden om een stabiele meerderheid te vormen.