In Irak zijn vrijdag opnieuw tienduizenden mensen op straat te komen om het vertrek van de regering te eisen. Het gaat om de grootste massabetogingen in het land sinds de val van Saddam Hoessein.

De laatste dagen zijn betogingen sterk gegroeid. Na het vrijdaggebed kwam de grootste menigte tot nu toe op straat in Baghdad. Aanvankelijk trokken de de betogingen voornamelijk sjiieten, maar nu lijken steeds meer leden van andere religieuze en etnische groeperingen op straat te komen. De betogers eisen het vertrek van de regering van premier Adel Abdul Mahdi en de politieke partijen die het land sinds 2003 regeren.

Zeker 250 doden bij betogingen

Donderdag en vrijdag stierven zeker zes mensen, waaronder een vrouw, nadat ze in het hoofd werden geraakt door traangasbussen. Er vielen op vrijdag zeker 155 gewonden. De afgelopen maand vielen minstens 250 doden bij de betogingen. Volgens Amnesty International gebruiken de ordediensten traangasgranaten die tot 10 keer krachtiger zijn dan wat normaal gebruikt wordt bij ordehandhaving.

De woede van een deel van de betogers lijkt zich te richten tegen de grote Iraanse invloed in het land. Na de Amerikaanse invasie in 2003 werd Irak het toneel van burgeroorlogen en meerdere opflakkeringen van sektarisch geweld, zoals de opkomst van de Islamitische Staat. De situatie in het land is nog altijd precair en de jongerenwerkloosheid bedraagt momenteel ongeveer 25%.

Vorig jaar was de zuidelijke stad Basra reeds het toneel van wekenlang protest over onveilig drinkwater, slechte stroomvoorzieningen, werkloosheid en corruptie. Daarbij werden verschillende regeringsgebouwen in brand gestoken.

Irak: Alweer doden – 14 – bij anti-regeringsprotesten