De ‘jongeman’ die afgelopen weekend een controleur van De Lijn bijna vermoordde, is mogelijks een uitgeprocedeerde asielzoeker en bovendien gekend bij het gerecht. Dat beweert parlementslid Dries Van Langenhove op basis van informatie die hij verkreeg bij de familie van het slachtoffer. Hij diende een vraag in bij minister Pieter De Crem (CD&V) om deze informatie te bevestigen.

Vorige zaterdag vond in het station Antwerpen-Centraal een geval van zwaar zinloos geweld plaats. Een controleur van De Lijn vroeg een “jongeman”zoals hij genoemd wordt – om te stoppen met roken in het station, wat er verboden is. De jongeman negeerde de controleur eerst, maar toen die laatste hem naar buiten stuurde werd hij agressief. 

Hij greep een metalen staaf die iets verderop lag en ging daarmee de controleur te lijf. De controleur probeerde weg te vluchten, maar de jongeman zette de achtervolging in en sloeg verschillende keren met de metalen staaf op het achterhoofd van de controleur. Het slachtoffer verloor verschillende malen het bewustzijn en moest met spoed naar het ziekenhuis worden gebracht. 

Is “jongeman” uitgeprocedeerde asielzoeker? 

Over de dader en diens identiteit is minder geweten. De enige informatie die over hem gegeven wordt is het feit dat het gaat om een “jongeman”. Volgens Dries Van Langenhove, onafhankelijk parlementslid voor Vlaams Belang, gaat het echter niet zomaar om een jongeman. 

Op basis van informatie die Van Langenhove kreeg van de familie van het slachtoffer, stelt Van Langenhove dat de dader van de moordpoging een uitgeprocedeerde asielzoeker is en dus illegaal in ons land. “Uit de omgeving van het slachtoffer vernamen wij dat de dader een uitgeprocedeerde asielzoeker zou zijn. Een illegale migrant dus, die al minstens één bevel negeerde om het grondgebied te verlaten”, klinkt het. Bovendien zou de uitgeprocedeerde asielzoeker reeds gekend geweest zijn bij het gerecht voor eerdere criminele feiten. 

Van Langenhove stelde een vraag een bevoegd minister van Binnenlandse Zaken Pieter De Crem (CD&V) om die informatie te bevestigen. “De minister is verplicht daar op te antwoorden, dat is het voordeel van in het parlement te zitten. Het antwoord kan wel nog even op zich laten wachten”, aldus Van Langenhove.