Net nu de kersverse regering van minister-president Jan Jambon (N-VA) aankondigt de activiteitsgraad en werkgelegenheidsgraad naar boven te willen krikken – onder meer respectievelijk door een harde knip in het hoger onderwijs en 120.000 extra jobs – drijft nieuws naar boven dat de VDAB (Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding) voor het tweede jaar op een rij minder sancties heeft opgelegd aan werkonwilligen. Dat meldt De Morgen. Het lijkt erop dat het orgaan haar begeleidingstaak en sanctioneringstaak moeilijk kan combineren.

De werkzaamheidsgraad (het aandeel van alle 20- tot 64-jarigen die een betaalde job heeft) moet naar omhoog. Jambon I wil dit opkrikken van 75 tot 80 procent, waarmee we op het niveau van Nederland en Duitsland zouden terechtkomen. De VDAB moet hierbij onder meer leefloners gaan activeren in hun thuisgemeente en actief meewerken aan de “emancipatie en tewerkstelling van vrouwen met een migratieachtergrond”. Dat is een referentie aan de vele allochtone vrouwen die huisvrouw blijven, en al dan niet een uitkering trekken.

Kan de VDAB haar eigen werk niet aan? Alweer minder sancties voor werkonwilligen

De vraag is echter hoe de VDAB die nieuwe taken zal bolwerken. De dienst, die sinds 2016 werkonwilligheid moet controleren en sanctioneren, blijkt haar huidig takenpakket immers nu al niet aan te te kunnen. In 2018 heeft de dienst slechts 9.867 sancties opgelegd aan werkonwillige werklozen. Een jaar eerder waren dat er nog 10.401. Vooral zij die de ‘actieve beschikbaarheid’ met de voeten treden (wanneer de werkloze te weinig moeite doet om een baan te vinden), blijven onbestraft: Deze overtreding kreeg 896 sancties in 2018, tegenover 954 in 2017 en maar liefst 3.762 in 2015 (toen de RVA nog mee sancties organiseerde). Die scheeftrekking viel vorig jaar al op, toen bleek dat uitgerekend Wallonië werklozen die nauwelijks of niet solliciteren veel meer straft dan de VDAB dat doet.

“Het lijkt alsof de VDAB het moeilijk heeft met zijn twee petjes: begeleiden en sanctioneren”, zegt arbeidseconoom Stijn Baert (UGent) in De Morgen. “Om die taken ook nog eens te combineren met het opvolgen van initiatieven, zal de dienst efficiënter moeten werken. Ofwel moeten er meer middelen naartoe vloeien.” Vlaams parlementslid Axel Ronse (N-VA) betwijfelt echter de cijfers en denkt dat er een verwarring mogelijk is door een verschillende meetmethode tussen de VDAB en de federale RVA. Zoiets gebeurde in het verleden ook al.

(Lees verder onder de tweet.)

CD&V-parlementslid Robrecht Bothuyne, de voorzitter van de Commissie Werk vindt in ieder geval dat de “VDAB […] resultaatgericht [moet] werken. Bij de start van de legislatuur is het tijd voor een tandje bij.” Minister van Werk Hilde Crevits (CD&V) en de nieuwe VDAB-topman Wim Adriaens, de voormalige kabinetschef van haar voorganger Philippe Muyters (N-VA), vinden het echter te vroeg om commentaar te geven: “De beleidsnota en de begroting worden nog opgemaakt.”