Bij de protesten in Irak zijn de afgelopen week al 104 doden en duizenden gewonden gevallen. Jonge – voornamelijk mannelijke sjiitische – Irakezen betogen in verschillende delen van het land tegen corruptie en werkloosheid.

Volgens woordvoerder van het Iraakse ministerie van Binnenlandse Zaken Saad Maan zijn er minstens 104 doden en 6.000 gewonden gevallen bij de betogingen van de afgelopen week. Onder doden bevinden zich ook acht leden van de veiligheidsdiensten. Er werden acht hoofdkwartieren van politieke partijen in brand gestoken door betogers.

Sjiitische betogingen

Duizenden Irakezen trokken vorige week de straat op om te betogen tegen corruptie, werkloosheid en slechte overheidsdiensten. Intussen worden de eisen van de betogers radicaler. Zo klinkt de roep om een regimewissel steeds luider. De veiligheidsdiensten probeerden het protest niet enkel uiteen te drijven met waterkanonnen, traangas en rubberkogels, maar ook met lood. 

De betogingen lijken tot nu toe vooral een sjiitisch gebeuren. De betogingen vonden tot nu toe plaats in steden en regio’s met sjiitische meerderheid. Vooralsnog lijken er weinig tot geen Koerden of soennieten op straat te komen. Opvallend is dat de betogingen een breuklijn tussen pro- en anti-Iraanse sjiieten blootleggen.

Zo lijkt de woede van een deel van de betogers zich te richten tegen de grote Iraanse invloed in het land. Ook circuleren vooralsnog onbewezen geruchten dat leden van de ordetroepen, die het vuur openden op betogers, Iraans zouden zijn. 

Reacties invloedrijke sjiieten

Grootayatollah Ali al-Sistani, de hoogste sjiitische geestelijke van Irak, heeft opgeroepen tot “serieuze hervormingen”, kalmte en geweldloosheid. Anderzijds geeft hij Israël en de Verenigde Staten de schuld van de onlusten. De invloedrijke sjiitische geestelijke en politicus Muqtada al-Sadr kiest dan weer voluit de kant van de betogers. Al-Sadr is kritisch voor zowel de Verenigde Staten als Iran.