De Brusselse kortgedingrechter besliste dat de Belgische Staat IS-strijdster Hafsa Sliti en haar twee kinderen binnen de 75 dagen moet repatriëren. Anders moet de staat, zo oordeelde de rechtbank, dwangsommen betalen. Minister van Justitie, Koen Geens (CD&V), verklaarde tegenover de camera’s van Villa Politica dat de regering allicht in beroep zal gaan tegen de uitspraak

Hafsa Sliti zit sinds begin 2018 met haar twee kinderen gevangen in het Koerische Al-Roj-kamp in Syrië. De IS-strijdster met Belgische nationaliteit wil evenwel terugkeren naar België, een eis die de Brusselse kortgedingrechter toekende. Concreet heeft de Belgische Staat 75 dagen om op die wens in te gaan. Anders volgen er dwangsommen.

De reacties op de uitspraak zijn gemengd. De vzw Child Focus is alvast tevreden en hoopt dat alle 69 kinderen uit de conflictzone worden weggehaald, zo zegt de organisatie in Het Nieuwsblad. Het rechts-nationalistische Vlaams Belang noemt het voorval dan weer “onvoorstelbaar”. “Met dit precedent brengt een wereldvreemde rechter de (toekomstige) veiligheid van de bevolking in gevaar. Wie het barbaarse IS-regime is gaan ondersteunen, hoort niet langer thuis in onze maatschappij!”, klinkt het op Twitter.

Ook de Belgische rechtelijke macht is verdeeld over het juridische aspect van de zaak. In december 2018 oordeelde dezelfde rechtbank nog dat “de Belgische Staat […] alle noodzakelijke en mogelijke maatregelen [moet] nemen om de zes minderjarige kinderen (van IS-strijdsters Tatiana Wielandt en Bouchra Abouallal, red.) vanuit Syrië naar België te kunnen laten reizen”. Enkele maanden later, in februari dit jaar, besliste het Brusselse hof van beroep dan weer dat België dit niet moest doen.

Wat met de overige IS-strijders?

De Belgische regering zal allicht, zo stelde Geens, beroep aantekenen tegen de uitspraak. Naast de zaak omtrent de (gedwongen) repatriëring van IS-strijders, geeft de val van IS ook aanleiding tot een ander vraagstuk: hoe worden de overgebleven (Belgische) IS-strijdsters berecht? Geens bleef evenwel op de vlakte. “Op 14 november is er in Washington een belangrijke vergadering van de westere coalitie en Irak, op vraag van Frankrijk, en ik neem aan dat dit punt op de agenda zal staan. We zullen zien wat het gevolg is van deze vergadering”, klonk het.

Begin dit jaar lanceerde N-VA-voorzitter Bart De Wever, in dit verband, het voorstel om Belgische IS-strijders te laten berechten door Irak. De Iraakse minister van Buitenlandse Zaken Ali Alhakim liet gisteren, in een gesprek met NRC, evenwel verstaan dat daar weinig animo voor bestaat. Volgens hem is Irak “al overladen met casussen van terroristen”. “Kijk alleen al naar het kamp Al-Hol in Syrië waar 70.000 IS-strijders vastzitten. We weten dat 30.000 van hen Irakees zijn. En dan zouden we die andere 40.000 erbij krijgen? Er is ook nog een kleiner kamp met twaalf- tot vijftienduizend IS-strijders en nog een met 25.000 strijders van al-Nusra”, klinkt het.

Daarnaast staat volgens de Iraakse minister van Buitenlandse Zaken de wet niet toe dat buitenlanders worden berecht voor misdaden die buiten Irak werden begaan. Tevens beschikt het land niet over voldoende budget of rechters. “We moeten bewijs vinden en elke zaak zal twee tot drie jaar duren. Het is niet in een half uurtje klaar”, aldus Alhakim tegenover NRC.

Lees meer:

IS-strijders berechten in Irak? “Onze wet staat het niet toe”