De Turkse president Recep Tayyip Erdogan (AKP) heeft er donderdag mee gedreigd om de 3,6 miljoen Syrische vluchtelingen in Turkije naar Europa te sturen, als de Europese landen de Turkse inval van Noordoost-Syrië als een “bezetting” omschrijven.

“We zullen de poorten openen en 3,6 miljoen vluchtelingen jullie richting uitsturen”, zei de Turkse president Recep Tayyip Erdogan (AKP) donderdag in Ankara. Erdogan reageert daarmee op een verklaring van de Europese Unie waarin “Turkije werd opgeroepen om een einde te maken aan de unilaterale militaire actie” in Noordoost-Syrië.

Oorverdovende internationale kritiek

De EU was ook kritisch voor de Turkse plannen om een ‘safe zone’ te creëren in het gebied dat de Turken zouden innemen. Ankara is van plan om de Syrische vluchtelingen in Turkije daar te hervestigen. Volgens de EU zou het plan “niet voldoen aan de internationale criteria voor de terugkeer van vluchtelingen”.

De EU vreest dat Turkije er op die manier voor wil zorgen dat er geen Koerden meer in het grensgebied wonen. “Elke poging tot demografische verandering zou onaanvaardbaar zijn. De EU zal geen stabilisatie of ontwikkelingshulp verlenen in gebieden waar de rechten van de lokale bevolking worden genegeerd”, klinkt het.

De internationale kritiek op de Turkse inval klinkt intussen oorverdovend. Naast de Europese landen en de EU hebben verschillende landen uit de MENA-regio kritiek geuit, waaronder Egypte, de Verenigde Arabische Emiraten, Koeweit en Saoedi-Arabië. “Ze zijn niet eerlijk, ze praten alleen maar. Wij doen iets en dat is ons verschil”, zei Erdogan over Saoedi-Arabië en Egypte.