Volgende maandag stemmen de gemeente- en districtsraadsleden in Antwerpen over de zitpenningen voor gemeenteraadsleden en de verloning van de districtsschepenen. Dat het Antwerpse stadsbestuur een verhoging bepleit, kan de radicaal-linkse PVDA niet smaken. Zo spreekt PVDA-raadslid Mie Branders in een reactie over een af te keuren vorm van zelfbedieningspolitiek in een tijd van koopkrachtverlies en aaneengeschakelde besparingen op de dienstverlening en het personeel van de stad”.

In Antwerpen zullen de zitpenningen voor gemeente- en districtsraadsleden naar alle waarschijnlijkheid worden verhoogd. Zo zouden districtsraadsleden 150 euro in plaats van de huidige 75 euro krijgen. Voor gemeenteraadsleden zouden de zitpenningen van 150 euro naar 213 euro gaan.

Het kabinet van schepen voor Financiën Koen Kennis (N-VA) stipt aan dat de zitpenningen louter naar het decretaal maximum worden gebracht. “Wat de districten betreft: die zijn groter dan de meeste volwaardige gemeenten en hebben bovendien meer bevoegdheden gekregen”, reageert het kabinet van Kennis tegenover De Tijd

Bij de radicaal-linkse PVDA kan men de beslissing niet begrijpen. De totale kostprijs van de loonsverhoging zou, zo berekende de PVDA, neerkomen op zo’n 7 miljoen euro over de hele legislatuur. “Dat geld gaat de komende 6 jaren niet naar sociaal beleid”, merkt de radicaal-linkse partij op. In het district Borgerhout, wat de marxisten samen met Groen en sp.a besturen, zullen de zitpenningen niet worden verhoogd.

(Lees verder onder de tweet.)

‘Goedkope‘ gemeenteraadsleden?

In vergelijking met buurland Nederland zijn onze gemeente- en districtsraadsleden relatief ‘goedkoop’. Zo krijgen gemeenteraadsleden in Nederlandse steden met meer dan 375.000 inwoners zo’n 2.350 euro per maand. Voor steden tussen 40 duizend en 60 duizend inwoners bedraagt de vergoeding zo’n 1.248 euro per maand.