Bij een door de Verenigde Staten uitgevoerde raketaanval in Syrië zijn zaterdag minstens 40 jihadisten van Al Qaida omgekomen. De aanval vond plaats op een Al Qaida-vestiging in het noorden van Syrië, in de provincie Idlib. De slachtoffers zouden voornamelijk leiders van de terroristische organisatie zijn.

Volgens het Amerikaanse ministerie van Defensie was de raketaanval ook gericht op de leiding van Al Qaida. Het Syrische Waarnemingscentrum voor de Mensenrechten bevestigt dat er minstens 40 jihadisten zijn omgekomen, waaronder ook enkele gezagsdragers.

“Deze operatie viseerde Al Qaida-leiders, verantwoordelijk voor aanvallen die een bedreiging vormen voor de Amerikanen, onze partners en onschuldige burgers”, klonk het zaterdag bij het Pentagon. Volgens de VS zou de vernietiging van de Al Qaida-vestiging de jihadisten verhinderen om nieuwe aanvallen uit te voeren en de regio verder te destabiliseren.

Idlib: Laatste bastion van jihadistische rebellen

De regio rond de provincie Idlib in het noorden van Syrië – waar de raketaanval plaatsvond – wordt vandaag beschouwd als het laatste bastion van jihadistische rebellen in Syrië. Sinds de opstand in 2011 uitbrak en vervolgens ontaardde in een burgeroorlog heeft de Syrische president Bashar Al-Assad Syrië beetje bij beetje heroverd.

Noord-Syrië blijft echter volgens het Pentagon een “veilige haven, waar Al Qaida-leiders actief terroristische activiteiten kunnen coördineren”. De VS blijven daarom naar eigen zeggen “gewelddadige extremisten viseren om te verhinderen dat ze Syrië als als uitvalsbasis gebruiken”.

Lees ook:

Assad herovert belangrijke stad op jihadisten

Inhoud niet beschikbaar.
Accepteer cookies door op Accepteren in de banner te klikken