Het federaal parket wil nagaan welke hand- en spandiensten de Belgische prins Henri de Croÿ voor allerhande ‘hoge piefen’, zowel ondernemers als hoge adel, zou hebben verleend. Die zouden bij de prins hebben aangeklopt om hun zwart geld wit te laten wassen. Dat schrijft De Tijd.

Henri de Croÿ-Solre – wiens adellijk huis van Croÿ de titel van prins verwierf in de 16de eeuw – zit opnieuw in het vizier van justitie. In juni raakte reeds bekend hoe miljoenen euro’s van allerlei figuren werden verborgen op rekeningen in belastingparadijzen en hoe dat geld discreet werd uitgegeven via anonieme kredietkaarten en cashleveringen die de prins zou geregeld hebben. Het parket wil nu nog deze maand via het Franse gerecht de documenten bemachtigen die de praktijken van de prins lekten.

Lippen dicht over onderzoek tegen de ‘Zwarte Prins’

Bij het federaal parket wil men echter geen commentaar kwijt, net zoals uittredend justitieminister Koen Geens (CD&V) ten aanzien van Kamerlid Stefaan Van Hecke (Groen) die een parlementaire vraag stelde over de zaak. Minister van Financiën Alexander De Croo (Open Vld) zei wel dat de Bijzondere Belastinginspectie “alle wettelijke middelen zal aanwenden” om de gelekte documenten te verkrijgen en de – waarschijnlijk ook Belgische – betrokkenen te ontmaskeren.

Het is niet de eerste maal dat Henri de Croÿ – ook wel gekend als de ‘zwarte prins’ – in de problemen komt voor soortgelijke feiten. In 2012 werd de nobiljon al veroordeeld tot drie jaar cel (voorwaardelijk) wegens fraude. Die feiten dateerden van de jaren ’90. Eind 2018 zei de Belg in de Zwitserse zondagskrant ‘Le Matin’ nog “geen enkele strafrechtelijke inbreuk te hebben gepleegd.”