Marktkramers in het Vlaams-Brabantse Asse zullen in de toekomst verplicht Nederlands moeten spreken met hun klanten. Dat heeft de gemeenteraad zopas goedgekeurd en meldt HLN. Wie toch hardnekkig weigert om Nederlands te spreken, dreigt zijn vergunning te verliezen. 

Asse is een gemeente van zo’n 33.000 inwoners in de provincie Vlaams-Brabant. Vroeger was het Nederlands de voertaal in Asse, maar door de verfransing en vervreemding verdwijnt het Nederlands er steeds meer naar de achtergrond. Vandaag de dag spreekt nog zo’n 34% van de Assenaars thuis Nederlands, in 2004 was dat nog meer dan 62%. Meer dan 33% spreekt zelfs geen Nederlands of Frans.

Nederlands in Asse

“Maar wij zijn en blijven een Nederlandstalige gemeente en daarom willen we het gebruik van onze taal sterk aanmoedigen”, stelt schepen Sigrid Goethals (N-VA), bevoegd voor Vlaams beleid in Asse. “Het gebruik van het Nederlands zorgt ervoor dat nieuwkomers zich succesvol kunnen integreren in de samenleving en op de arbeidsmarkt.”

Daarom werd een voorstel ingediend dat marktkramers in Asse moet verplichten om Nederlands te spreken. In schriftelijke communicatie moet altijd verplicht het Nederlands gebruikt worden, in mondelinge conversaties moet Nederlands steeds de aanspreektaal zijn. Marktkramers die weigeren om deze richtlijnen te volgen, kunnen hun vergunning verliezen. 

De gemeenschapswachten zullen op de wekelijkse dinsdagmarkt controleren op het gebruik van de Nederlandse taal, en indien nodig marktkramers bestraffen. “We gaan uiteraard eerst sensibiliseren”, klinkt het. “Maar wie moedwillig het Nederlands weigert te gebruiken, kunnen we sanctioneren. We kunnen dan de vergunning van de marktkramer intrekken.”