Sebastian Kurz en zijn conservatieve ÖVP zijn de grote winnaars van de Oostenrijkse verkiezingen. Ook de Groenen gaan er sterk op vooruit en komen opnieuw in het Oostenrijkse parlement. De rechtsnationalistische FPÖ krijgt zware klappen na Ibiza-gate.

Het ziet er naar uit dat de 33-jarige Sebastian Kurz opnieuw kanselier wordt van Oostenrijk. Kurz en zijn ‘Volkspartei’ worden wederom de grootste en halen 37 procent van de stemmen. In de vorige verkiezingen haalde de ÖVP nog 31,5 procent. De sociaaldemocratische SPÖ wordt tweede en volgt op afstand met 21,8 procent, een historisch dieptepunt.

FPÖ afgestraft na Ibiza-gate

De rechtsnationalistische FPÖ – de voormalige coalitiepartners van de ÖVP – krijgt zware klappen en haalt 16 procent van de stemmen. Dat is een daling van 10 procentpunten ten opzichte van de vorige verkiezingen. De verkiezingen volgen op het zogenaamde Ibizaschandaal, waarbij een video van toenmalig FPÖ-leider Heinz-Christian Strache opdook waarin hij openbare aanbestedingen leek aan te bieden aan een vrouw die zich voordeed als een Russische oligarch, in ruil voor campagne-ondersteuning.

Het schandaal leidde tot het ineenstorten van de coalitie. Daarop dienden de FPÖ en de SPÖ een motie van wantrouwen in die Kurz ten val bracht. Het lijkt dat ook de sociaaldemocraten daarvoor afgestraft worden.

De andere overduidelijke winnaars van de verkiezingen zijn de Oostenrijkse Groenen. Waar de ecologisten in 2017 de kiesdrempel niet haalden en uit het parlement geknikkerd werden, klimmen ze nu terug op naar 14 procent. Tot slot haalt worden de liberalen van NEOS vijfde 7,8 procent.